Belangrijk voor de rantsoencalculator

Wil je de rantsoencalculator gebruiken? Maak dan een account aan bij het afrekenen van je bestelling, dan komt deze automatisch en kosteloos in je account te staan.

Welke voeding past bij boxrust van je paard?

Welke voeding past bij boxrust van je paard?

Boxrust verandert het dagelijks leven van een paard abrupt. Minder beweging betekent niet alleen minder energieverbruik, maar ook een andere belasting van spieren, darmen en gedrag. Wie zich afvraagt welke voeding past bij boxrust, doet er daarom goed aan niet simpelweg minder voer te geven. Het doel is een rantsoen dat rustig, vezelrijk en compleet blijft, zonder onnodige energie toe te voegen.

De juiste keuze hangt af van de reden en verwachte duur van de boxrust, de conditie van het paard, het type ruwvoer en wat er verder mogelijk is aan gecontroleerde beweging. Overleg bij een blessure, operatie of ziekte altijd met de behandelend dierenarts. Voeding ondersteunt het dagelijkse welzijn, maar vervangt geen behandelplan.

Welke voeding past bij boxrust?

Bij boxrust verschuift de basis van het rantsoen naar kwalitatief goed ruwvoer, passend bij het lichaamsgewicht en de conditie van het paard. Ruwvoer houdt het paard langer bezig, stimuleert het natuurlijke eetgedrag en vormt de basis voor een rustige vertering. Juist wanneer een paard weinig prikkels en beweging krijgt, is die structuur extra waardevol.

De grootste voedingsfout is vaak het krachtvoer ongewijzigd laten terwijl training, weidegang of arbeid wegvalt. Een portie die passend was bij dagelijkse arbeid kan tijdens rust al snel meer energie leveren dan nodig is. Dat kan leiden tot ongewenste gewichtstoename en extra onrust. Verminder energie dus doelgericht, maar haal niet zonder plan alle voeding weg.

Een sober rantsoen moet nog steeds voldoende eiwit, essentiële aminozuren, vitaminen, mineralen en sporenelementen leveren. Daarom is het verschil tussen minder voeren en gerichter voeren zo belangrijk. Een paard op alleen hooi kan, afhankelijk van de analyse en hoeveelheid, tekorten oplopen. Een geconcentreerde balancer of rantsoenaanvuller kan dan praktischer zijn dan een grote portie energierijk krachtvoer.

Begin bij ruwvoer, niet bij de voerbak

Meet eerst hoeveel ruwvoer het paard werkelijk krijgt. Wegen geeft veel meer houvast dan schatten op basis van een pluk of een volle kruiwagen. Als globale ondergrens wordt vaak uitgegaan van minimaal 1,5 procent droge stof uit ruwvoer per 100 kilo lichaamsgewicht per dag. Hoe dat er in kilo's hooi of voordroog uitziet, verschilt per product door het vochtgehalte.

Bij een paard dat snel aankomt, is de verleiding groot om ruwvoer sterk te beperken. Dat is meestal niet de meest paardvriendelijke eerste stap. Lange perioden zonder vezels passen niet bij het natuurlijke eetpatroon en kunnen frustratie geven. Kijk liever naar de kwaliteit van het ruwvoer, de voersnelheid en de verdeling over de dag. Een slowfeeder met een passende maasgrootte kan helpen om de eetduur te verlengen. Controleer wel of het paard er veilig en ontspannen uit kan eten.

Een ruwvoeranalyse maakt het verschil tussen gokken en gericht kiezen. Vooral het suiker- en energiegehalte, het eiwitgehalte en de mineralenbalans zijn relevant. Is het ruwvoer erg energierijk, dan is het raadzaam om samen met een deskundige te kijken naar een passende hoeveelheid en eventuele menging met structuurrijker ruwvoer. Bij mager worden, een slechte bespiering of een lange rustperiode ligt de afweging juist anders.

Weidegang tijdens boxrust

Of weidegang mogelijk en wenselijk is, bepaalt de dierenarts of behandelaar. Soms is gecontroleerd stappen of beperkte weidegang onderdeel van het herstelplan, soms juist niet. Gras telt altijd mee in het rantsoen. Het levert vocht en vezels, maar kan ook aanzienlijk energie en suikers bevatten. Pas de hoeveelheid ander ruwvoer en eventuele krachtvoeding dus aan op wat het paard buiten werkelijk opneemt.

Energie omlaag, bouwstoffen bewaken

De energiebehoefte daalt bij minder beweging, maar de behoefte aan voedingsstoffen verdwijnt niet. Zeker tijdens een periode waarin het lichaam moet herstellen, wil je niet dat het rantsoen alleen uit calorieën bestaat of juist te schraal wordt samengesteld. Eiwit is daarbij een aandachtspunt. Niet elk paard op boxrust heeft extra eiwit nodig, maar een ouder paard, een jong paard in groei of een paard dat zichtbaar bespiering verliest vraagt om een zorgvuldige beoordeling van de totale eiwit- en aminozuurvoorziening.

Kies niet automatisch voor een traditionele sportbrok omdat die bekend voelt of omdat het paard die altijd kreeg. Kijk naar de functie van het voer. Heeft je paard weinig extra energie nodig, maar wel aanvulling op een ruwvoerrantsoen? Dan past een laaggedoseerde, geconcentreerde aanvulling vaak beter dan een grote hoeveelheid muesli, brok of granen.

Ook olie vraagt nuance. Olie kan energie leveren zonder grote zetmeelporties, maar bij een paard dat niet hoeft aan te komen is extra energie vaak niet de eerste behoefte. Voeg nooit iets toe omdat het in een ander geval goed werkte. De conditie van jouw paard, de ruwvoerkwaliteit en de duur van de rust bepalen samen wat logisch is.

Houd de dagelijkse routine rustig en voorspelbaar

Een paard op boxrust heeft niet alleen minder beweging, maar vaak ook minder afleiding. Voeren kan dan een belangrijk deel van de dag invullen. Verdeel ruwvoer zo gelijkmatig mogelijk, zorg voor vers water en bied een zoutbron aan als dat past binnen het totale management. Veranderingen in het rantsoen voer je geleidelijk door, ook wanneer je van krachtvoer wilt afbouwen.

Observeer meer dan alleen de voerbak. Let dagelijks op eetlust, mest, drinkgedrag, de conditie en het gedrag in de stal. Een paard dat duidelijk gefrustreerd is, zijn ruwvoer razendsnel opeet, minder mest produceert of opvallend verandert in houding of eetlust, verdient extra aandacht. Neem bij twijfel tijdig contact op met dierenarts, behandelaar of voedingsdeskundige.

Vermijd bovendien het compenseren met veel losse extra's. Een handje hier, een snack daar en meerdere supplementen lijken onschuldig, maar maken het rantsoen snel onoverzichtelijk. Noteer alles wat het paard krijgt, inclusief gras, likstenen, beloningen en medicatiegebonden dragers. Alleen dan kun je beoordelen of de voeding nog klopt.

Pas het rantsoen aan de duur van de boxrust aan

Enkele dagen rustig aan doen vraagt iets anders dan zes weken volledige boxrust. Bij korte rust is het vaak voldoende om tijdelijk de energierijke component te verlagen en ruwvoer centraal te houden. Bij langdurige rust is het verstandig om regelmatiger naar de lichaamsconditie te kijken. Maak bijvoorbeeld wekelijks foto's vanaf dezelfde kant en beoordeel de ribben, schoft, hals en achterhand. Gewicht verliezen of aankomen zie je dan eerder dan wanneer je alleen dagelijks naar het paard kijkt.

Ook de overgang terug naar werk verdient een plan. Verhoog krachtvoer niet al op de eerste dag dat het paard weer mag stappen. De opbouw van beweging gaat meestal geleidelijk en het rantsoen mag dat tempo volgen. Pas wanneer de arbeid structureel toeneemt en het paard meer energie vraagt, is het logisch om opnieuw naar de energiedekking te kijken.

Een praktisch uitgangspunt voor je voerplan

Maak het eenvoudig: bepaal eerst het streefgewicht en de conditie van je paard, breng vervolgens ruwvoer, gras en krachtvoer in kaart en beoordeel daarna wat er aan micronutriënten ontbreekt. Zo voorkom je dat je vanuit bezorgdheid blijft stapelen met voer. Het Nieuwe Voeren, het Praktisch handboek voor een beter paardenwelzijn, biedt hierbij een heldere basis: voer zo natuurlijk mogelijk vanuit ruwvoer, ken de kwaliteit van wat je voert en vul gericht aan waar dat nodig is.

Boxrust vraagt vooral om aandacht en maatwerk. Een rustig, vezelrijk en overzichtelijk rantsoen geeft je paard houvast in een periode waarin zijn gewone ritme tijdelijk stilvalt.

Back to blog

Meer weten over gezond voeren?

Meld je aan voor onze gratis 12-delige e-mailserie. Elke drie dagen krijg je praktische kennis over paardenvoeding in je inbox, van ruwvoer tot mineralen.

Afmelden kan altijd.