Een paard dat zijn hooi selecteert, onrustig wordt rond de voerbeurt of moeilijk op gewicht blijft, vraagt niet automatisch om méér krachtvoer. Vaak vraagt het eerst om een andere blik op het totale rantsoen. Het Nieuwe Voeren voor je paard begint daarom niet bij een volle voerbak, maar bij de vraag: wat krijgt dit paard de hele dag binnen, en past dat bij zijn natuurlijke behoefte?
Die vraag klinkt eenvoudig, maar raakt aan een veelvoorkomend probleem. Paardenrantsoenen worden al snel opgebouwd vanuit losse oplossingen: iets voor de vacht, iets voor de hoeven, een extra schep voor energie of een ander product omdat een stalgenoot er goed op lijkt te gaan. Het resultaat kan onnodig ingewikkeld worden. Een heldere basis geeft juist rust: veel passend ruwvoer, inzicht in de kwaliteit daarvan en een gerichte aanvulling waar dat nodig is.
Wat Het Nieuwe Voeren voor je paard betekent
Het Nieuwe Voeren is geen strikte methode waarbij elk paard hetzelfde schema volgt. Het is een voedingsfilosofie die de natuurlijke leefwijze van het paard weer als uitgangspunt neemt. Paarden zijn gemaakt om gedurende een groot deel van de dag vezelrijk materiaal te eten, in kleine porties en met veel kauwbewegingen. Ruwvoer is dus geen bijzaak of vulling naast het krachtvoer. Het is de fundering van het rantsoen.
Daarbij gaat het niet alleen om de hoeveelheid hooi, kuil of gras, maar ook om variatie, hygiëne, structuur en voedingswaarde. Biodivers ruwvoer kan bijdragen aan een gevarieerder aanbod van planten en vezels. Tegelijk is het geen garantie dat alle voedingsstoffen automatisch aanwezig zijn. Bodem, oogstmoment, bewaarmethode en perceel verschillen sterk. Juist daarom vraagt natuurlijk voeren om goed kijken, meten waar mogelijk en gericht aanvullen in plaats van aannemen dat een baal hooi alles afdekt.
Een paardenrantsoen volgens deze gedachte is ook niet per definitie sober. Een jong paard, een sportpaard, een senior of een merrie in een bijzondere fase heeft andere behoeften dan een recreatiepaard dat vooral buitenritten maakt. Het verschil zit in de volgorde van denken: eerst de basis op orde, daarna pas bepalen wat er aanvullend nodig is.
Ruwvoer is het vertrekpunt, niet de sluitpost
Wie het rantsoen wil verbeteren, begint met het ruwvoer. Hoeveel krijgt het paard werkelijk? Is er voldoende beschikbaar verdeeld over de dag en nacht? Eet het paard rustig, of ontstaan er lange perioden zonder vezels? Die praktische vragen zijn vaak waardevoller dan direct zoeken naar een nieuw supplement.
Voor de meeste paarden is een dagelijkse ruwvoeropname van minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan droge stof een bekende ondergrens. In de praktijk is het belangrijk om dit te vertalen naar het individuele paard en het soort ruwvoer. Een paard van 600 kilo eet niet simpelweg een willekeurig aantal plakken hooi. Het vochtgehalte, de samenstelling en de conditie van het paard tellen mee.
Ook de manier van voeren maakt verschil. Een slowfeeder kan helpen om de eettijd te verlengen, maar moet goed passen bij de maasgrootte, het gebit en het gedrag van het paard. Een zeer kleine maas kan voor sommige paarden frustrerend zijn, terwijl vrij beschikbaar ruwvoer niet altijd past bij een paard dat snel aankomt. Er is geen standaardoplossing. Wel is er een duidelijke richting: voorkom lange voerloze periodes en kies een vorm die rust rond het eten ondersteunt.
Kijk verder dan uiterlijk alleen
Een baal die fris ruikt en stofvrij oogt, kan nog steeds een beperkte voedingswaarde hebben. Andersom betekent een grovere structuur niet automatisch dat het ruwvoer ongeschikt is. Een ruwvoeranalyse geeft inzicht in onder meer droge stof, eiwit, suiker, energie en mineralen. Daarmee wordt duidelijker welke aanvulling zinvol is en welke juist niet nodig is.
Zo voorkom je dat een paard onnodig veel krachtvoer krijgt om een tekort te compenseren dat elders in het rantsoen zit. Het voorkomt ook dat je verschillende producten stapelt zonder overzicht over de totale opname. Goed voeren is geen optelsom van potten en zakken, maar een samenhangend plan.
Gerichte aanvulling houdt het rantsoen overzichtelijk
Ruwvoer vormt de basis, maar dekt niet altijd alle behoeften. Vooral mineralen, vitaminen, eiwitten of specifieke nutriënten kunnen aandacht vragen. De kunst is om niet alles tegelijk toe te voegen, maar eerst vast te stellen wat het paard via ruwvoer, gras en eventueel krachtvoer al binnenkrijgt.
Een balancer of basisaanvulling kan een praktische keuze zijn wanneer het rantsoen grotendeels uit ruwvoer bestaat en je de dagelijkse voorziening overzichtelijk wilt houden. Bij een duidelijke levensfase of situatie kan een andere, meer gerichte aanvulling passen. Denk aan groei, een veranderde trainingsbelasting, herstel na een intensieve periode of de verzorging van een ouder paard. Dat is maatwerk, geen vast protocol.
Let ook op dubbelingen. Meerdere producten kunnen dezelfde vitaminen en mineralen bevatten, waardoor de totale hoeveelheid hoger uitvalt dan bedoeld. Lees daarom etiketten, weeg porties af en noteer tijdelijk wat je voert. Dat hoeft niet omslachtig te zijn. Een eenvoudige rantsoenlijst maakt snel zichtbaar waar overlap ontstaat.
Veranderen doe je stap voor stap
Een nieuw voedingsplan werkt alleen als je paard de tijd krijgt om eraan te wennen. Abrupt wisselen van ruwvoer, krachtvoer of aanvulling kan de voeropname en mest veranderen. Bouw aanpassingen daarom rustig op en verander bij voorkeur niet alles in dezelfde week. Zo kun je ook beter beoordelen wat een verandering in de praktijk doet.
Observeer daarbij meer dan alleen het gewicht. Kijk naar de rust tijdens het eten, de mestconsistentie, de conditie, de glans van de vacht, de bespiering en de manier waarop het paard zich in zijn dagelijkse werk gedraagt. Geen enkel signaal staat op zichzelf, maar samen vertellen ze veel over de passendheid van het rantsoen.
Bij paarden met langdurige klachten, sterke gewichtsveranderingen, gebitsproblemen of opvallend gedrag rond voer is overleg met dierenarts, voedingsdeskundige of andere deskundige begeleiding verstandig. Voeding is een krachtig onderdeel van management, maar geen vervanging voor een goede beoordeling wanneer er meer speelt.
Het paard als individu blijft leidend
Twee paarden op hetzelfde hooi kunnen toch iets anders nodig hebben. De ene staat 24 uur per dag op een paddock paradise en loopt veel, de andere staat een deel van de dag op stal. De ene traint vijf dagen per week, de andere draagt een ruiter alleen in het weekend. Ook leeftijd, ras, gebit, huisvesting en stressniveau spelen mee.
Daarom is het verstandig om regelmatig terug te kijken naar het rantsoen. Niet pas wanneer er een probleem ontstaat, maar bijvoorbeeld bij een nieuw ruwvoerpartijtje, wisseling van seizoen, verandering in training of een andere huisvestingssituatie. Voeren is geen eenmalige instelling. Het beweegt mee met het paard en met zijn omgeving.
Wie zich verder wil verdiepen in deze manier van kijken, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren - Praktisch handboek voor een beter paardenwelzijn heldere handvatten om ruwvoer, natuurlijke behoeften en gerichte aanvulling met elkaar te verbinden. Het helpt om keuzes niet vanuit marketing of gewoonte te maken, maar vanuit het paard dat voor je staat.
Een goed rantsoen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Begin bij de vezels, kijk eerlijk naar wat er al gevoerd wordt en voeg alleen toe wat een duidelijke functie heeft. Juist die rustige, bewuste aanpak geeft je paard elke dag de beste uitgangspositie.