Praktische gids voerwissel bij paarden stap voor stap

Praktische gids voerwissel bij paarden stap voor stap

Een nieuw voer lijkt soms een kleine aanpassing, maar voor een paard is het een verandering in het hele rantsoen. De darmflora, de opname van voedingsstoffen en zelfs de dagelijkse routine krijgen ermee te maken. Deze praktische gids voerwissel bij paarden helpt u om die overgang rustig, overzichtelijk en met het welzijn van uw paard als uitgangspunt aan te pakken.

De belangrijkste regel is eenvoudig: verander niet meer dan nodig en geef het paard tijd. Dat geldt voor krachtvoer, balancers, supplementen én ruwvoer. Zeker wanneer een paard gevoelig reageert op rantsoenwisselingen, is geduld geen omweg maar een essentieel onderdeel van goed voeren.

Waarom een voerwissel tijd nodig heeft

In de dikke darm van een paard leven miljarden micro-organismen die vezels uit ruwvoer helpen verteren. Die populatie is afgestemd op wat het paard dagelijks eet. Verandert de samenstelling van het rantsoen plotseling, dan hebben deze micro-organismen onvoldoende tijd om zich aan te passen. Dat kan zichtbaar worden in afwijkende mest, meer gasvorming, een minder rustige eetlust of gedragsverandering.

Niet ieder paard reageert hetzelfde. Een sober recreatiepaard op een stabiel hooirantsoen vraagt iets anders dan een sportpaard, een jong paard in groei of een senior met een beperkte kauwfunctie. Ook de uitgangssituatie telt mee. Wisselt alleen het krachtvoer, of verandert tegelijk het ruwvoer, de weidegang en het werk? Hoe meer factoren tegelijk verschuiven, hoe lastiger het wordt om te beoordelen waarop uw paard reageert.

Daarom begint een goede voerwissel niet bij de voerbak, maar bij overzicht. Noteer vooraf wat uw paard nu krijgt: soort ruwvoer, geschatte hoeveelheid, krachtvoer, aanvullende producten, weidegang en arbeid. Zo voorkomt u dat een nieuw product boven op een al ruim rantsoen komt, terwijl juist een gerichte vervanging nodig was.

Praktische gids voerwissel bij paarden: eerst het ruwvoer beoordelen

Ruwvoer vormt de basis van het rantsoen. Een paard hoort een groot deel van de dag te kunnen kauwen op passend, hygiënisch ruwvoer. Pas wanneer die basis klopt, kunt u gericht beoordelen wat aanvulling nodig heeft. Een voerwissel is dus een goed moment om verder te kijken dan alleen de zak of emmer die wordt vervangen.

Let op de kwaliteit en het type ruwvoer. Hooi, voordroog en gras kunnen sterk verschillen in structuur, energie, eiwit en suiker. Ook twee partijen hooi die er op het oog vergelijkbaar uitzien, kunnen voedingskundig anders uitpakken. Wanneer mogelijk geeft een ruwvoeranalyse waardevolle informatie. Daarmee kunt u het rantsoen afstemmen op wat er werkelijk in het voer zit, in plaats van te voeren op aannames.

Moet ook het ruwvoer wisselen? Meng oud en nieuw ruwvoer dan geleidelijk, als beide partijen beschikbaar zijn. Bij een paard dat uitsluitend hooi krijgt, is een overgang over ongeveer één tot twee weken vaak een bruikbare richtlijn. Is het oude ruwvoer onverwacht op, kies dan voor een zo vergelijkbaar mogelijke kwaliteit en houd de rest van het rantsoen tijdelijk stabiel.

Bij kuil of voordroog is hygiëne extra belangrijk. Werk met een schoon snijvlak, sluit het pak goed af en voer geen ruwvoer met schimmel, een afwijkende geur of zichtbare broei. Een rustige voerwissel compenseert geen ruwvoer dat niet geschikt is.

Zo bouwt u krachtvoer en aanvullingen op

Voor de meeste paarden is een opbouwperiode van zeven tot veertien dagen passend wanneer u krachtvoer vervangt. Bij paarden die eerder gevoelig reageerden, bij grote verschillen tussen oud en nieuw voer of bij meerdere veranderingen tegelijk, is een langere overgang verstandiger.

Begin bijvoorbeeld de eerste drie dagen met ongeveer 75 procent van het oude voer en 25 procent van het nieuwe voer. Geef vervolgens drie dagen een gelijke verdeling. Daarna kunt u naar 25 procent oud en 75 procent nieuw voer gaan, voordat u volledig overstapt. Houd daarbij de totale hoeveelheid per dag zo gelijk mogelijk, tenzij er bewust een verandering in energie- of nutriëntenopname nodig is.

Een balancer of gerichte aanvulling vraagt eveneens om aandacht, ook als de dagelijkse portie klein is. Lees altijd het voedingsadvies en kijk naar de totale samenstelling van het rantsoen. Stapelen van verschillende producten kan ertoe leiden dat bepaalde nutriënten onnodig ruim worden gevoerd. Kies liever bewust voor een duidelijke functie binnen het rantsoen dan voor een verzameling potten en zakken zonder samenhang.

Verdeel krachtvoer zo mogelijk over meerdere kleine porties. Grote krachtvoergiften passen minder goed bij de natuurlijke manier van eten van een paard. Zorg bovendien dat er altijd voldoende vers water beschikbaar is en dat de zoutvoorziening is afgestemd op seizoen, arbeid en zweetverlies.

Kijk dagelijks naar het paard, niet alleen naar de voerschep

Een voerschema is een hulpmiddel, geen doel op zich. Tijdens de overgang vertelt uw paard u of het tempo passend is. Kijk dagelijks naar de eetlust, de mestconsistentie, het drinkgedrag, de buikomvang, de vacht en de algemene rust. Beoordeel ook of het paard voldoende ruwvoer blijft opnemen en of de conditie verandert.

Maak het uzelf makkelijk door een korte notitie bij te houden. Zeker op een grotere stal, waar meerdere mensen voeren, voorkomt dit misverstanden. Schrijf op welke verhouding oud en nieuw voer u geeft, wanneer die verandert en welke observaties u doet. Zo ziet u sneller patronen dan wanneer u alles uit het hoofd probeert te onthouden.

Verander bij voorkeur niet tegelijk het voer, trainingsschema, weidemanagement en stalroutine. Soms is dat onvermijdelijk, bijvoorbeeld bij een verhuizing of een nieuwe pensionstal. Kies dan voor extra rust in de voeropbouw en bewaak de ruwvoeropname zorgvuldig. Een paard dat al moet wennen aan een nieuwe omgeving heeft weinig baat bij een haastige rantsoenomslag.

Ziet u duidelijke afwijkingen zoals niet willen eten, herhaald naar de buik kijken, waterdunne mest, koliekverschijnselen of een plotseling sterk veranderd gedrag? Stop dan niet zomaar met alle voeding, maar neem contact op met uw dierenarts. Bij twijfel is vroeg overleggen altijd verstandiger dan afwachten.

Veelgemaakte fouten bij een voerwissel

De meest voorkomende fout is een nieuw voer direct volledig inzetten omdat de oude voorraad op is. Plan daarom vooruit. Bestel of koop nieuw voer ruim voordat de oude zak leeg is, zodat u een overgangsperiode kunt inbouwen. Bewaar voer droog, koel en afgesloten, en controleer regelmatig houdbaarheid en productkwaliteit.

Een tweede fout is voeren op basis van uiterlijk alleen. Een paard dat te mager oogt, heeft niet automatisch meer krachtvoer nodig. Gebitsstatus, ruwvoeropname, arbeid, leeftijd, parasietenmanagement en de kwaliteit van het basisrantsoen spelen allemaal mee. Andersom heeft een paard met overgewicht vaak meer aan een nauwkeurige beoordeling van ruwvoer, beweiding en totale energieopname dan aan steeds wisselende voerproducten.

Ook het blind volgen van de dosering op een verpakking kan te beperkt zijn. Die dosering is een uitgangspunt, maar hoort altijd in de context van het hele rantsoen te staan. Weet u niet zeker hoe u ruwvoer, krachtvoer en aanvullende producten op elkaar afstemt, vraag dan om onderbouwd voedingsadvies.

Een voerwissel als moment om eenvoud terug te brengen

Een goed rantsoen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het vraagt vooral om een sterke basis, heldere keuzes en aandacht voor wat het individuele paard laat zien. De visie achter Het Nieuwe Voeren sluit hier goed op aan: begin bij biodiverse, passende ruwvoeding en vul alleen gericht aan waar dat nodig is. In het boek Het Nieuwe Voeren, Praktisch handboek voor een beter paardenwelzijn vindt u meer handvatten om die keuzes in de dagelijkse praktijk te maken.

Gun een voerwissel dus de tijd die uw paard nodig heeft. Wie rustig opbouwt, consequent observeert en het ruwvoer centraal houdt, maakt van een verandering in de voerbak een bewuste stap naar een beter passend rantsoen.

Terug naar blog