Beste voerstrategie voor dikke paarden in de praktijk

Beste voerstrategie voor dikke paarden in de praktijk

Een te ruim gevoerd paard zie je niet alleen terug op de weegschaal. De vetkussens boven de staart, achter de schouder en langs de manenkam vertellen vaak eerder dat het rantsoen niet meer past bij het werk, seizoen en type paard. De beste voerstrategie voor dikke paarden is daarom geen korte periode van streng minder voeren. Het is een doordachte aanpak waarin ruwvoer, beweiding, beweging, mineralen en regelmatige evaluatie samenkomen.

Dat vraagt soms om een andere blik. Een sober paardenras, een recreatiepaard dat enkele keren per week licht werk doet en een paard dat dag en nacht op rijk gras staat, heeft zelden baat bij extra energie uit krachtvoer. Tegelijkertijd mag afvallen nooit betekenen dat een paard langdurig honger heeft of essentiële voedingsstoffen mist. Paardenwelzijn blijft het uitgangspunt.

De beste voerstrategie voor dikke paarden begint met meten

Veel eigenaren beoordelen het gewicht vooral op gevoel. Dat is begrijpelijk, maar bij paarden is het lastig: een dikke wintervacht, een brede bouw of een veranderende bespiering kan het beeld vertekenen. Combineer daarom kijken met meten. Gebruik een gewichtstape op steeds hetzelfde moment, maak foto's van opzij en van achteren en beoordeel de lichaamsconditie consequent.

Let vooral op de ribben, schoft, schouder, rug, staartaanzet en manenkam. Ribben hoeven niet zichtbaar te zijn, maar moeten wel goed voelbaar blijven. Een harde, opvallend gevulde manenkam of duidelijke vetophopingen rond de staartaanzet zijn signalen om het rantsoen kritisch te bekijken.

Meet bij voorkeur iedere twee tot vier weken. Dagelijkse schommelingen zeggen weinig, maar een trend over meerdere weken geeft richting. Beweeg het gewicht geleidelijk omlaag en bespreek plotselinge veranderingen, kreupelheid, duidelijke sloomheid of zorgen over de stofwisseling altijd met dierenarts of voedingsdeskundige. Zeker bij paarden met een voorgeschiedenis van hoefproblemen is een individueel plan verstandig.

Ruwvoer is de basis, maar de kwaliteit bepaalt veel en niet onbeperkt!

Een paard dat moet afvallen, heeft nog steeds volop vezels nodig. Langdurig te weinig ruwvoer geven vergroot de kans op onrust, schrokken en ongewenst gedrag. De vraag is dus niet alleen hoeveel hooi er in het net gaat, maar ook welk hooi dat is.

Analyseer ruwvoer wanneer dat mogelijk is. Het gehalte aan droge stof, energie, eiwit en suikers geeft veel meer houvast dan alleen de kleur of geur van een baal. Een grof, laat gemaaid hooi kan voor een dik paard beter passen dan jong, energierijk gras- of kuilhooi. Maar ook laat hooi kan verschillen per partij. Meten voorkomt dat je op aannames voert.

Als uitgangspunt wordt de ruwvoeropname berekend op basis van het streefgewicht, niet op basis van het huidige gewicht. Hoeveel precies passend is, hangt af van onder meer conditie, arbeid, ruwvoerkwaliteit, seizoen en gezondheid. Ga niet zomaar extreem laag in ruwvoer. Een ondergrens van circa 1,5 procent droge stof van het streefgewicht vraagt altijd om zorgvuldige afweging en professionele begeleiding. Want een lege maag is niet de hele dag door eten, 3 uur pauze is prima, dan kan het voer verteerd worden. Geef daarom maximaal 2% van het lichaamsgewicht in Droge stof.

Verdeel het ruwvoer over zo veel mogelijk eetmomenten. Een slowfeeder of fijnmazig hooinet kan helpen om de eet tijd te verlengen, mits het paard er rustig en veilig van kan eten. Controleer ook of het paard niet wordt weggejaagd door een kuddegenoot. Een voersysteem is pas geslaagd als ieder paard daadwerkelijk toegang heeft tot zijn eigen portie.

Weken kan, maar is geen standaardoplossing

Hooi weken wordt vaak ingezet om het gehalte aan oplosbare suikers te verlagen. Dat kan in bepaalde situaties een hulpmiddel zijn, vooral wanneer de ruwvoeranalyse daar aanleiding toe geeft. Het is echter geen vervanging voor passend ruwvoer en het vraagt hygiënisch werken. Weekwater moet weg, het hooi moet direct worden gevoerd en warm weer vraagt extra aandacht.

Houd er rekening mee dat weken ook mineralen uit het hooi kan spoelen. Juist daarom is een volledig rantsoen belangrijker dan één losse maatregel.

Grasmanagement: beperk de opname, niet het welzijn

Voor veel dikke paarden zit de grootste energiebron niet in een schep krachtvoer, maar in de weide. Gras verandert bovendien voortdurend. Zon, nachttemperatuur, groei, bemesting en seizoen beïnvloeden de samenstelling. Een kaal ogende wei is niet automatisch een schrale wei: kort gras kan juist geconcentreerd worden opgenomen en nodigt sommige paarden uit om langer te grazen.

Een goed beweidingsplan is maatwerk. Sommige paarden doen het goed met beperkte weidetijd, anderen hebben meer baat bij een paddock met afgewogen ruwvoer en sociaal contact. Een graasmasker kan voor bepaalde paarden tijdelijk uitkomst bieden, maar controleer dagelijks de pasvorm, huid en daadwerkelijke opname. Het is geen vrijbrief om onbeperkt op rijk gras te laten staan.

Maak veranderingen geleidelijk en voorkom dat een paard na uren zonder voer uitgehongerd de wei in gaat. Geef eerst ruwvoer, zodat de eerste honger al is gestild. Kijk ook naar de hele groep: een systeem dat voor één paard werkt, moet praktisch en veilig zijn voor de stal als geheel.

Schrap energie die niets toevoegt

Bij een paard met overgewicht is krachtvoer vaak de eerste logische plek om te kijken. Heeft het paard bij licht werk daadwerkelijk een energierijk voer nodig? In veel gevallen is het antwoord nee. Muesli's, brokken, slobbers, olie, snoepjes en royale handjes beloning kunnen samen ongemerkt veel energie leveren.

Dat betekent niet dat je alle aanvulling weglaat. Wanneer ruwvoer het fundament vormt en krachtvoer vervalt, moeten vitaminen, mineralen en sporenelementen nog steeds passend worden aangevuld. Kies daarom niet op basis van een aantrekkelijke verpakking of een grote voergift, maar op de functie in het totale rantsoen. Een geconcentreerde balancer of gerichte aanvulling kan in zo'n situatie praktischer zijn dan een voer dat vooral extra energie meebrengt.

Wees ook eerlijk over traktaties. Een paar wortels, een appel na het rijden en koekjes voor het vangen lijken klein, maar zijn onderdeel van de dagelijkse optelsom. Beloon eventueel met aandacht, kriebelen of een klein deel van de eigen ruwvoerportie.

Beweging ondersteunt het plan, maar voer blijft leidend

Meer beweging is waardevol voor conditie, bespiering en dagelijks welzijn. Toch compenseert een extra ritje zelden een ruim rantsoen. Afvallen lukt vooral wanneer de energie-opname structureel beter aansluit op de behoefte. Beweging ondersteunt dat proces en helpt het paard fitter te worden, maar moet passen bij zijn belastbaarheid.

Bouw werk rustig op, zeker bij paarden die lang te zwaar zijn geweest of weinig conditie hebben. Wandelen aan de hand, actief stappen onder het zadel, heuvelwerk en gevarieerde training kunnen onderdeel zijn van een haalbaar schema. Kies liever voor regelmaat dan voor een enkele zware inspanning. Pijn, stijfheid of problemen aan de hoeven zijn altijd redenen om eerst deskundig advies in te winnen.

Maak van voeren een vast evaluatiemoment

De beste strategie faalt wanneer niemand controleert of zij werkt. Noteer daarom niet alleen de hoeveelheid hooi, maar ook weidetijd, training, lichaamsconditie en veranderingen in gedrag. Pas vervolgens één factor tegelijk aan. Als ruwvoer, weidegang, krachtvoer en beweging allemaal tegelijk veranderen, is het lastig te zien wat het effect veroorzaakt.

Betrek alle verzorgers bij het plan. Het paard dat 's avonds toch een extra schepje krijgt, de buurvrouw die gul traktaties voert en de stalgenoot die uit dezelfde slowfeeder mee-eet, kunnen een zorgvuldig schema ongemerkt onderuit halen. Duidelijke afspraken zijn geen overdreven controle, maar zorg voor het paard.

Wie meer achtergrond wil bij ruwvoer, natuurlijke voedingsprincipes en het samenstellen van een passend rantsoen, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren praktische handvatten voor een beter paardenwelzijn. De kern blijft eenvoudig: voer niet minder uit frustratie, maar slimmer vanuit inzicht. Zo geef je een dik paard de tijd om weer comfortabeler, actiever en passend in conditie te komen.

Back to blog