Een paard met EMS staat vaak al met één hoef in de gevarenzone voordat je aan zijn voerbak iets bijzonders ziet. Wat eet een paard met EMS? In de basis vooral gecontroleerd ruwvoer met een laag suiker- en zetmeelgehalte, aangevuld met precies wat nodig is - niet meer. Dat klinkt overzichtelijk, maar de praktijk vraagt om scherpe keuzes rond hooi, gras, voerhoeveelheid en dagelijkse routine.
EMS staat voor Equine Metabolic Syndrome. Paarden met EMS hebben vaak moeite met hun stofwisseling en zijn geregeld te zwaar of hebben vetophopingen, bijvoorbeeld bij de manenkam, schouder of staartaanzet. Ze kunnen gevoeliger reageren op suikers en zetmeel in het rantsoen. De kans op hoefbevangenheid maakt zorgvuldig voeren extra urgent. Betrek daarom altijd je dierenarts bij de diagnose, bloedonderzoek en het individuele plan voor je paard.
Wat eet een paard met EMS als basis?
Ruwvoer blijft de basis, ook wanneer een paard moet afvallen. Een paard langdurig zonder vezels zetten is geen oplossing: het spijsverteringsstelsel is gemaakt om grotendeels ruwvoer te verwerken. De vraag is dus niet óf je ruwvoer voert, maar welk ruwvoer je kiest, hoeveel je geeft en hoe je de opname over de dag verdeelt.
Voor een paard met EMS is een ruwvoeranalyse bijzonder waardevol. Alleen aan de kleur, geur of grove structuur van hooi kun je niet betrouwbaar zien hoeveel suiker het bevat. Laat bij voorkeur het suiker- en zetmeelgehalte onderzoeken en bespreek de uitslag met je dierenarts of een deskundige voedingsadviseur. Zo voorkom je dat een ogenschijnlijk ‘schraal’ hooi toch minder passend is dan gedacht.
Als richtlijn wordt voor paarden die gevoelig zijn voor suiker en zetmeel vaak gezocht naar ruwvoer met een laag gehalte aan niet-structurele koolhydraten. De precieze grens en de hoeveelheid horen bij het individuele paard, zijn lichaamsgewicht, de uitslagen en zijn conditie. Een pony met fors overgewicht vraagt iets anders dan een goed op gewicht zijnde sportpaard met EMS.
De dagelijkse ruwvoergift wordt idealiter afgewogen op basis van het gewenste lichaamsgewicht, niet op basis van een volle of lege oogopslag. Veel paarden hebben minimaal ongeveer 1,5 procent van hun lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer nodig. Een lagere verstrekking kan in sommige situaties onder veterinaire begeleiding worden ingezet, maar is geen doe-het-zelfmaatregel. Te sterk beperken kan onrust, vraatzucht en problemen in het maag-darmstelsel geven.
Hooi weken: zinvol, maar niet vanzelfsprekend
Wanneer de analyse uitwijst dat het hooi relatief veel suiker bevat, kan weken een praktische maatregel zijn. Door hooi in water te weken, kan een deel van de oplosbare suikers uitspoelen. De uitkomst verschilt echter per partij, watertemperatuur, weekduur en manier van uitlekken. Weken maakt ongeschikt hooi dus niet automatisch geschikt.
Een belangrijk nadeel is dat er naast suikers ook mineralen kunnen uitspoelen. Bovendien bederft geweekt hooi snel, zeker bij warmer weer. Voer het daarom direct na het weken, gooi restanten weg en gebruik schoon water. Zie weken vooral als een tijdelijke of aanvullende stap wanneer je geen beter passend ruwvoer beschikbaar hebt, niet als vervanging voor analyse en rantsoenberekening.
Ook een slowfeeder kan helpen om de ruwvoeropname te vertragen. Kies een systeem dat veilig is, voldoende maasgrootte heeft en geen frustratie veroorzaakt. Het doel is een gelijkmatiger eetpatroon, niet het paard zo lang mogelijk laten worstelen voor iedere spriet.
Gras en weidegang bij EMS
Gras is voor veel paarden meer dan voeding: het biedt beweging, sociaal contact en natuurlijk gedrag. Juist daarom is volledig weghalen uit de wei niet altijd de enige of beste route. Bij EMS moet weidegang wel bewust worden ingericht, omdat het suikergehalte van gras sterk kan schommelen.
Zon, temperatuur, groeifase, bemesting en het tijdstip van de dag hebben allemaal invloed. Vooral gras dat na een zonnige dag groeit terwijl de nachten koud zijn, kan veel suiker bevatten. Ook kort, afgegraasd gras is niet per definitie veilig. Paarden kunnen er in korte tijd veel opnemen en de plant kan onder stress juist suikers opslaan.
De veiligste keuze verschilt per paard en seizoen. Soms is een paddock zonder gras met afgewogen hooi noodzakelijk. In andere gevallen kan zeer beperkte weidegang onder toezicht passen. Een graasmasker kan de opname verminderen, maar werkt alleen als het paard het goed verdraagt, het correct past en je controleert of het paard niet alsnog te veel gras binnenkrijgt. Beschouw het niet als een vrijbrief voor onbeperkt weiden.
Beweging verdient hierbij evenveel aandacht als voer. Regelmatige, passende beweging ondersteunt het behoud van spiermassa en een gezond gewicht. De belasting moet uiteraard passen bij de conditie van het paard en de gezondheid van zijn hoeven. Bij gevoeligheid of tekenen van hoefbevangenheid is eerst overleg met dierenarts en hoefspecialist nodig.
Krachtvoer: vaak minder, soms anders
Veel paarden met EMS hebben geen traditioneel krachtvoer nodig wanneer ze weinig tot matig werken. Mengelingen met granen, melasse of veel zetmeel passen meestal niet goed bij het doel om suiker en zetmeel te beheersen. Ook ‘natuurlijke’ producten, fruit, wortels en extraatjes kunnen ongemerkt optellen. Een handje hier en een beloning daar kan een zorgvuldig rantsoen uit balans brengen.
Dat betekent niet dat je paard niets naast ruwvoer mag krijgen. Een sober rantsoen kan juist tekortschieten in vitaminen, mineralen, eiwit of zout. De kunst is om voedingsstoffen gericht aan te vullen zonder onnodige energie, suiker of zetmeel toe te voegen. Een balancer of mineralenaanvulling kan daarbij passen, maar kies op basis van de ruwvoeranalyse, de benodigde dagelijkse hoeveelheid en de verdere samenstelling van het rantsoen.
Let ook op de hoeveelheid die je werkelijk voert. Een product kan inhoudelijk passend lijken, maar als je slechts een klein schepje geeft terwijl de aanbevolen hoeveelheid veel hoger ligt, krijgt je paard mogelijk niet de beoogde nutriënten binnen. Andersom is dubbel voeren van meerdere verrijkte producten een veelgemaakte fout. Houd het overzichtelijk: ruwvoer, eventuele aanvulling, zout en water. Meer onderdelen maken een rantsoen niet automatisch beter.
Zo stel je het rantsoen stap voor stap bij
Een goed EMS-rantsoen ontstaat niet door één voerwissel, maar door meten, observeren en bijsturen. Begin met een actueel gewicht of gewichtsschatting met meetlint, maak foto’s van opzij en van achteren en beoordeel de lichaamsconditie regelmatig. De weegschaal van een paardenkliniek is mooi, maar een meetlint dat je steeds op dezelfde manier gebruikt, levert thuis ook waardevolle trends op.
Pak vervolgens de grootste bronnen van suiker en energie als eerste aan: onbeperkt gras, onbekend hooi en krachtvoer met veel granen. Maak daarna een plan dat vol te houden is voor jou, je stal en je paard. Een rantsoen dat op papier ideaal is maar in de dagelijkse stalroutine niet uitvoerbaar blijkt, houdt zelden stand.
Bespreek veranderingen bij voorkeur vooraf met je dierenarts, zeker als je paard eerder hoefbevangen is geweest, medicatie krijgt of snel gewicht verliest. Verander niet alles tegelijk. Wanneer je ruwvoer, weidegang, supplementen en beweging op één dag omgooit, is achteraf moeilijk te beoordelen wat effect heeft.
Veelgemaakte fouten bij EMS-voerbeleid
De eerste fout is denken dat een dik paard gewoon veel minder moet eten. Bij EMS draait het om gecontroleerde energie-inname én voldoende vezels, eiwit, vitaminen en mineralen. Te snel of te ver terugschalen is geen duurzame aanpak.
De tweede fout is vertrouwen op marketingwoorden als ‘light’, ‘suikerarm’ of ‘graanvrij’ zonder het etiket en de voergift te bekijken. Graanvrij betekent niet automatisch laag in suiker en zetmeel, en een laag percentage zegt weinig als de dagelijkse portie groot is. Kijk altijd naar de volledige samenstelling en de hoeveelheid die jouw paard daadwerkelijk krijgt.
De derde fout is alleen naar de voerbak kijken. Een paard dat dagelijks uren op rijk gras staat, krijgt zijn belangrijkste energiebron vaak niet uit het krachtvoer. En een paard dat weinig beweegt door stalling, blessure of hoefproblemen heeft een ander managementplan nodig dan een paard dat dagelijks arbeid verricht.
Wie meer verdieping zoekt in ruwvoer, natuurlijk eetgedrag en het beoordelen van een volledig rantsoen, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren een praktische basis om voerkeuzes in samenhang te bekijken. Die bredere blik helpt om niet alleen op één ingrediënt te sturen, maar op het welzijn van het hele paard.
Een paard met EMS hoeft geen leven met minder kwaliteit te hebben. Rust rond het voer, passend ruwvoer, een haalbare bewegingsroutine en regelmatige evaluatie maken juist ruimte voor een paard dat zich comfortabeler en stabieler kan ontwikkelen. Begin daarom niet bij het nieuwste potje of de snelste oplossing, maar bij wat er elke dag het meest toe doet: het ruwvoer in zijn net, de tijd die hij krijgt om te eten en de aandacht waarmee jij zijn veranderingen opmerkt.