Fokmerrie rantsoen seizoensmatig aanpassen

Fokmerrie rantsoen seizoensmatig aanpassen

De wens om het fokmerrie rantsoen seizoensmatig aan te passen ontstaat vaak op het moment dat de merrie zichtbaar verandert: de wintervacht komt door, het gras schiet omhoog, ze wordt drachtig of het veulen begint steeds meer van haar te vragen. Juist dan ligt overvoeren op de loer. Een goed rantsoen volgt niet alleen de kalender, maar vooral de conditie van de merrie, de kwaliteit van het ruwvoer en haar fase van voortplanting.

Voor een fokmerrie is voeren geen kwestie van een paar maanden extra brok geven. Het is een doorlopende afweging tussen voldoende bouwstoffen, een rustig verteerbaar rantsoen en het voorkómen van ongewenste gewichtstoename. Ruwvoer vormt daarbij altijd het vertrekpunt.

Waarom het rantsoen van een fokmerrie niet het hele jaar gelijk blijft

De voedingsbehoefte van een merrie verandert door twee processen die vaak tegelijk lopen. Enerzijds verandert de omgeving: ruwvoer uit de wintervoorraad wijkt af van voorjaarsgras, temperaturen verschillen en de bewegingsmogelijkheden zijn anders. Anderzijds verandert de merrie zelf door dracht, lactatie en herstel na het spenen.

Een merrie in de eerste maanden van de dracht heeft doorgaans nog geen sterk verhoogde energiebehoefte. Het veulen groeit in deze fase relatief langzaam. Dat betekent niet dat haar rantsoen onbelangrijk is: de kwaliteit van eiwit, vitaminen, mineralen en sporenelementen blijft wel degelijk aandacht vragen. Maar veel extra energie voeren omdat een merrie drachtig is, kan haar conditie onnodig laten oplopen.

In de laatste drie maanden van de dracht verschuift dat beeld. Dan vindt een groot deel van de groei van het ongeboren veulen plaats en is er minder ruimte in de buik voor grote ruwvoermaaltijden. Na de geboorte neemt de behoefte tijdens de lactatie verder toe. De melkproductie vraagt veel van de merrie, zeker wanneer een veulen vlot groeit. De kunst is om die grotere vraag op te vangen zonder de basis van het rantsoen uit het oog te verliezen.

Begin elk seizoen bij ruwvoer en lichaamsconditie

Een ruwvoeranalyse is geen luxe voor de fokkerij, maar een praktisch hulpmiddel. Hooi, voordroog en weidegras kunnen sterk verschillen in energie, eiwit, suiker, vezelstructuur en mineralen. Twee balen die er hetzelfde uitzien, kunnen een heel andere bijdrage leveren aan het rantsoen. Zonder inzicht in die basis is gericht aanvullen vooral gokken.

Kijk daarnaast regelmatig naar de lichaamsconditie van de merrie. Voel met uw handen, want een dikke wintervacht of een volle buik kan het beeld vertekenen. Beoordeel onder meer de ribben, schoft, hals, schouder en staartaanzet. Streef naar een gelijkmatige, gezonde conditie - niet naar een ronde merrie die door vetbedekking moeilijker te beoordelen is.

Een conditie die langzaam verandert, geeft ruimte om rustig bij te sturen. Snelle daling tijdens de lactatie of duidelijke gewichtstoename op jong gras vraagt om eerder handelen. Weeg ruwvoer waar mogelijk af en houd veranderingen bij. Dat maakt het verschil tussen een doordachte aanpassing en reageren op gevoel.

Fokmerrie rantsoen seizoensmatig aanpassen in de praktijk

Winter: onderhoud, vezels en een betrouwbare aanvulling

In de winter bestaat het rantsoen meestal grotendeels uit geconserveerd ruwvoer. De merrie gebruikt bovendien energie om warm te blijven, vooral bij nat, winderig weer, weinig beschutting of een geschoren vacht. Toch heeft niet iedere merrie automatisch meer krachtvoer nodig. Een goed ruwvoeraanbod, voldoende drinkwater en beschutting zijn eerst bepalend.

Voor een merrie in vroege dracht is een stabiel basisrantsoen vaak passender dan een energierijke opbouw. Het ruwvoer moet ruim beschikbaar zijn, met aandacht voor kauwtijd en vezelkwaliteit. De dagelijkse voorziening van vitaminen, mineralen en hoogwaardige eiwitbronnen moet aansluiten bij wat het ruwvoer wel en niet levert. Dat is vooral relevant wanneer het ruwvoer laat gemaaid, schraal of eiwitarm is.

In de laatste drachtmaanden kan het verstandig zijn de nutriëntendichtheid geleidelijk te verhogen. Niet door grote porties ineens te voeren, maar door het totale rantsoen zorgvuldig te verdelen. Kleinere maaltijden naast voldoende ruwvoer helpen om de voeropname praktisch haalbaar te houden. Verander bij voorkeur stap voor stap over minimaal een week, en liever langer als de merrie gevoelig reageert.

Voorjaar: jong gras is rijk, maar niet volledig

Voorjaarsgras oogt als een cadeau, maar vraagt juist om oplettendheid. Jong gras kan veel energie en suiker bevatten, terwijl de voorziening van bepaalde mineralen en sporenelementen niet vanzelf in balans is. Een merrie kan op het oog prachtig in conditie komen en toch geen rantsoen krijgen dat goed aansluit op haar fokfase.

Bouw weidegang rustig op, zeker na een winter met weinig gras. Beperk de toegang in het begin zo nodig met tijd op de wei, een aangepast perceel of een combinatie van weidegang en passend ruwvoer. Welke keuze past, hangt af van grasgroei, bodem, groep, conditie en dracht- of lactatiestadium. Er is dus geen standaard aantal uren dat voor elke merrie werkt.

Houd vooral de conditie van gemakkelijk voerbare merries scherp in de gaten. Een drachtige merrie hoeft niet vet te worden om een veulen goed te kunnen dragen. Bij een sobere merrie kan gras een waardevolle bijdrage leveren, maar ook dan blijft een gerichte aanvulling nodig wanneer het gras de dagelijkse behoefte niet volledig dekt.

Zomer: lactatie vraagt om meer dan alleen weidegras

Voor veel merries valt de hoogste voedingsvraag samen met de zomer. Het veulen drinkt volop en groeit snel. Is het gras van goede kwaliteit en voldoende beschikbaar, dan levert het veel. Maar droogte, overbegrazing, een oud grasbestand of beperkte weidetijd kunnen die bijdrage aanzienlijk verminderen.

Een merrie die tijdens de lactatie conditie verliest, heeft niet per definitie te weinig krachtvoer gehad. Controleer eerst hoeveel ruwvoer en gras zij werkelijk opneemt, hoe de kwaliteit daarvan is en of zij in de groep rustig kan eten. Een dominante kuddegenoot, vliegenoverlast of lange periodes zonder ruwvoer kunnen de opname beïnvloeden.

Vervolgens kijkt u naar de totale energie-, eiwit-, vitamine- en mineralenvoorziening. Vooral de balans is bepalend. Meer energie zonder passende bouwstoffen is geen volwaardige oplossing, terwijl een zeer eiwitrijke aanvulling bij een merrie die al royaal gras opneemt eveneens niet automatisch beter is. Pas het rantsoen aan op basis van de merrie én de groeiontwikkeling van het veulen.

Najaar: herstel beoordelen voordat de winter begint

Na het spenen verandert de vraag opnieuw. De melkproductie valt weg, maar de merrie moet herstellen zonder abrupt van een ruim rantsoen naar een karige wintervoorziening te gaan. Het najaar is een geschikt moment om haar conditie opnieuw objectief te beoordelen en het ruwvoer voor de komende maanden te laten analyseren.

Een merrie die na lactatie mager is, heeft tijd nodig om rustig aan te sterken. Een merrie die nog te ruim in conditie staat, vraagt juist om terughoudendheid. Beide situaties verdienen een andere aanpak. De fout is om alle fokmerries na het spenen hetzelfde te voeren omdat het fokseizoen voorbij is.

Zo voorkomt u onrust door voerwisselingen

Seizoensveranderingen betekenen vaak ook wisselingen van partij hooi, grasaanbod of aanvullende voeders. Maak die overgangen geleidelijk. De darmflora heeft tijd nodig om zich aan te passen aan een andere samenstelling. Zeker rond afveulenen, dekkingen, verhuizing of spenen is rust in het rantsoen waardevol.

Werk daarom met een vast beoordelingsmoment, bijvoorbeeld elke twee tot vier weken. Noteer lichaamsconditie, ruwvoerpartij, weidegang, dracht- of lactatiestadium en eventuele veranderingen in eetlust of mest. Zo ontstaat een overzicht dat veel betrouwbaarder is dan één momentopname.

Wie meer wil begrijpen van de samenhang tussen ruwvoer, natuurlijk eetgedrag en een passend rantsoen, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren praktische achtergrond en handvatten voor beter paardenwelzijn. Het helpt om niet vanuit losse producten te redeneren, maar vanuit de dagelijkse basis die een merrie werkelijk nodig heeft.

Een fokmerrie goed voeren betekent vooruitkijken zonder star te worden. Kijk naar haar, voel haar conditie, ken uw ruwvoer en pas met kleine stappen aan. Daarmee geeft u haar in elk seizoen de rust en voedingsbasis die past bij haar bijzondere taak.

Back to blog