Belangrijk voor de rantsoencalculator

Wil je de rantsoencalculator gebruiken? Maak dan een account aan bij het afrekenen van je bestelling, dan komt deze automatisch en kosteloos in je account te staan.

Hoeveel ruwvoer heeft een paard dagelijks nodig?

Hoeveel ruwvoer heeft een paard dagelijks nodig?

Een paard dat zijn hooi snel op heeft en vervolgens uren zonder vezels staat, mist meer dan alleen iets om op te knabbelen. Ruwvoer houdt het natuurlijke eetpatroon in stand, geeft het paard langdurig kauwwerk en vormt de basis van vrijwel ieder verantwoord rantsoen. Maar hoeveel ruwvoer heeft een paard nodig als je rekening wilt houden met gewicht, arbeid, kwaliteit van het hooi en de conditie van je paard?

Het korte antwoord: reken in eerste instantie met minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht per dag aan droge stof uit ruwvoer. Voor veel paarden is 2 procent, en soms meer, een passender uitgangspunt. Die cijfers zijn geen vaste voerlepel. Ze helpen je om met kennis naar je eigen paard, stalmanagement en ruwvoerpartij te kijken.

Hoeveel ruwvoer heeft een paard nodig per dag?

De ondergrens van 1,5 procent droge stof uit ruwvoer per 100 kilogram lichaamsgewicht is een praktische richtlijn voor volwassen paarden. Een paard van 600 kilogram heeft dus minimaal 9 kilogram droge stof uit ruwvoer per dag nodig. Hooi bevat meestal circa 85 procent droge stof. Omgerekend komt dat neer op ongeveer 10,5 kilogram hooi zoals het van de baal komt.

In de dagelijkse praktijk voeren veel paarden beter op 1,8 tot 2 procent droge stof uit ruwvoer. Voor datzelfde paard van 600 kilogram betekent dit grofweg 12,5 tot 14 kilogram hooi per dag. Een sober paard met een lagere energiebehoefte heeft nog steeds voldoende vezels nodig. Dan ligt de oplossing niet automatisch in minder ruwvoer, maar eerder in een minder energierijke, passende ruwvoerkwaliteit en een zorgvuldig voerbeleid.

Bij voordroog ligt de berekening anders. Dit product bevat aanzienlijk meer vocht dan hooi, waardoor je meer kilo's moet voeren om dezelfde hoeveelheid droge stof te leveren. Zonder analyse is het lastig om exact te rekenen. Kijk daarom niet alleen naar het aantal plakken of netten dat je voert, maar vraag altijd naar het drogestofpercentage van de partij.

Rekenvoorbeeld voor hooi

Weegt je paard 500 kilogram en voer je hooi met 85 procent droge stof? Bij 1,5 procent droge stof heeft het dagelijks 7,5 kilogram droge stof nodig. Deel dat door 0,85 en je komt uit op ongeveer 8,8 kilogram hooi. Kies je voor 2 procent droge stof, dan is dat circa 11,8 kilogram hooi per dag.

Een weegschaal bij de voeropslag is hierbij geen overbodige luxe. Een armvol hooi, een plak uit een kleine baal of een vol hooinet zegt weinig. Het gewicht kan per structuur, persing en vochtgehalte sterk verschillen.

Droge stof is het verschil tussen gokken en weten

De term droge stof klinkt technisch, maar maakt voeren juist overzichtelijker. Droge stof is alles wat overblijft als je het vocht uit het ruwvoer wegdenkt. Daarin zitten onder meer vezels, eiwit, suiker en energie. Omdat hooi, voordroog en gras sterk verschillen in vochtgehalte, kun je kilo's vers product niet één op één vergelijken.

Een partij droog hooi van 12 kilogram levert vaak meer droge stof dan 12 kilogram vochtig verpakte voordroog. Wie alleen in kilo's voert, kan daardoor onbedoeld te weinig ruwvoer aanbieden. Andersom kan een grote hoeveelheid energierijke voordroog voor een paard met overgewicht minder passend zijn, ook wanneer de vezelbehoefte op papier wordt gehaald.

Een ruwvoeranalyse geeft inzicht in droge stof, energie, eiwit, suiker en structuur. Zeker bij paarden die snel aankomen, intensief werken, opgroeien, ouder worden of gevoelig reageren op rantsoenwisselingen, is zo'n analyse waardevol. Het maakt keuzes concreter dan een beoordeling op kleur, geur of gevoel alleen.

De kwaliteit van ruwvoer bepaalt wat ernaast nodig is

Voldoende kilo's voeren is essentieel, maar de kwaliteit van het ruwvoer bepaalt mede hoe het totale rantsoen eruit moet zien. Goed ruwvoer ruikt fris, is vrij van stof, schimmel en zichtbaar vuil, en heeft een structuur die uitnodigt tot rustig kauwen. Toch vertelt een mooie groene kleur niet het hele verhaal. De voedingswaarde hangt onder andere af van grassoorten, bodem, maaimoment, weersomstandigheden en bewaring.

Biodivers ruwvoer, met verschillende grassen en kruiden, sluit vaak goed aan bij de natuurlijke variatie waar paarden op ingesteld zijn. Tegelijk blijft elk paard een individu. Een zeer grofstengelige partij kan voor het ene paard prettig zijn, terwijl een ouder paard met een minder efficiënt gebit een zachtere structuur beter verwerkt. Een paard in training kan naast passend ruwvoer andere aandachtspunten hebben dan een recreatiepaard dat gemakkelijk op gewicht blijft.

Ruwvoer vormt dus de basis, maar is niet per definitie volledig. De mineralen- en sporenelementenvoorziening kan per partij verschillen. Ook kan de verhouding tussen energie, eiwit en vezels niet aansluiten bij wat jouw paard nodig heeft. Vul daarom gericht aan op basis van ruwvoerkwaliteit, lichaamsconditie, werk en levensfase, in plaats van standaard meerdere producten over het basisrantsoen te strooien.

Kijk verder dan de voerbeurt

De hoeveelheid ruwvoer is één vraag. De verdeling over de dag is minstens zo bepalend. Paarden zijn gemaakt om langdurig kleine hoeveelheden vezelrijk voedsel te eten. Een rantsoen dat op papier voldoende is, kan in de praktijk alsnog onrust geven als alles in een paar uur op is.

Streef daarom naar zo min mogelijk lange ruwvoerpauzes. Hoe je dat organiseert, hangt af van de groep, beschikbare ruimte, het type ruwvoer en het individuele paard. Een slowfeeder of fijnmazig net kan de opnametijd verlengen, mits het veilig is bevestigd en goed past bij het paard. Controleer altijd of het paard daadwerkelijk rustig kan eten en niet gefrustreerd raakt of aan een te kleine opening moet trekken.

Bij groepshuisvesting vraagt dit extra aandacht. Niet ieder paard krijgt vanzelf dezelfde toegang tot het voer. Kijk op verschillende momenten van de dag wie eet, wie wacht en wie steeds wordt weggejaagd. Meerdere voerplekken met voldoende afstand helpen vaak meer dan één grote hoop. Voor paarden die vanwege hun conditie tijdelijk anders gevoerd moeten worden, is individueel management soms noodzakelijk.

Pas de hoeveelheid aan op het paard, niet op het etiket

Het lichaamsgewicht geeft een betrouwbare start, maar de lichaamsconditie vertelt of het rantsoen in de praktijk klopt. Voel regelmatig naar ribben, schoft, schouder en staartaanzet. Let ook op veranderingen in bespiering, energieniveau, mest en eetgedrag. Een meetlint kan trends zichtbaar maken, maar vervangt een beoordeling van de conditie niet.

Een mager paard heeft niet automatisch baat bij onbeperkt energierijk ruwvoer. Eerst wil je weten of het voldoende kan opnemen, of de kwaliteit passend is en of het gebit, de leefomstandigheden en de voerconcurrentie aandacht vragen. Bij een paard dat te ruim in zijn conditie zit, is minder voeren onder de vezelondergrens evenmin een goede route. Kies liever voor passend ruwvoer, meer beweging waar mogelijk en een zorgvuldig systeem om de opname te spreiden.

Ook gras telt mee. In het weideseizoen kan een paard een flink deel van zijn ruwvoer via beweiding opnemen, maar de opname verschilt per perceel, seizoen, groeifase, graastijd en paard. Een kale weide levert niet vanzelf voldoende vezels. Bied daarom ook bij weidegang hooi of een ander geschikt ruwvoer aan wanneer de grasopname onzeker of beperkt is.

Maak van meten een vaste gewoonte

Goed voeren hoeft niet ingewikkeld te zijn, zolang je de juiste basisgegevens verzamelt. Weeg je paard of gebruik een gewichtstape als indicatie. Weeg het ruwvoer gedurende enkele dagen werkelijk af. Noteer welk ruwvoer je voert, hoeveel tijd het kost voordat het op is en hoe de conditie zich ontwikkelt. Met die informatie kun je rationeler bijsturen dan met aannames.

In het praktisch handboek Het Nieuwe Voeren wordt deze manier van kijken helder uitgewerkt: begin bij het paard en het ruwvoer, en bouw van daaruit een passend rantsoen op. Dat past bij een moderne, welzijnsgerichte voerwijze waarin niet de voerbak, maar de natuurlijke behoefte aan vezels het vertrekpunt is.

Wie ruwvoer niet als bijzaak maar als fundament behandelt, ziet vaak meer rust in het dagelijkse voerbeleid. Meet wat je voert, beoordeel wat je paard laat zien en geef veranderingen de tijd. Zo wordt de vraag hoeveel ruwvoer een paard nodig heeft geen standaardantwoord, maar een zorgvuldige keuze die elke dag bijdraagt aan zijn welzijn.

Terug naar blog

Meer weten over gezond voeren?

Meld je aan voor onze gratis 12-delige e-mailserie. Elke drie dagen krijg je praktische kennis over paardenvoeding in je inbox, van ruwvoer tot mineralen.

Afmelden kan altijd.