Belangrijk voor de rantsoencalculator

Wil je de rantsoencalculator gebruiken? Maak dan een account aan bij het afrekenen van je bestelling, dan komt deze automatisch en kosteloos in je account te staan.

Casus ruwvoeranalyse bij pensionstal uitgewerkt

Casus ruwvoeranalyse bij pensionstal uitgewerkt

De paarden stonden net weer langer op stal. Het nieuwe pak hooi rook fris, werd goed gegeten en leek dus prima. Toch kreeg de stalhouder binnen enkele weken heel verschillende vragen: een sobere pony werd ronder, een sportpaard miste conditie en een merrie liet vaker vrij ontlastingswater zien. Dat zijn precies de momenten waarop een casus ruwvoeranalyse bij een pensionstal veel duidelijk kan maken. Niet omdat één uitslag vertelt wat ieder paard moet eten, maar omdat je eindelijk weet wat de gezamenlijke basis werkelijk levert.

In een pensionstal eten vaak twintig paarden van hetzelfde ruwvoer, terwijl hun behoeften sterk verschillen. De ene is een jonge, actieve ruin, de andere een oudere pony die snel aankomt. Sommige paarden krijgen meerdere kilo's krachtvoer, andere alleen een handje om hun supplement te geven. Zonder analyse vul je die verschillen noodgedwongen in op gevoel. Met een analyse kun je gericht rekenen, bijsturen en vooral voorkomen dat extra voer een tekort probeert op te lossen dat in werkelijkheid ergens anders zit.

Casus ruwvoeranalyse bij pensionstal: wat speelde er?

In mijn praktijk zie ik vaak dat een stalhouder ruwvoer pas laat laat onderzoeken. Er wordt dan meestal contact opgenomen omdat meerdere paarden tegelijk veranderen: ze worden te rond, verliezen juist bespiering of de mest is minder mooi. Bij deze pensionstal kregen 24 paarden voordroog uit grote balen. De paarden hadden onbeperkt toegang via slowfeeders, met daarnaast heel uiteenlopende hoeveelheden krachtvoer.

De eerste gedachte was dat de sobere pony's te veel krachtvoer van hun eigenaren kregen. Dat bleek maar een deel van het verhaal. De ruwvoeranalyse liet zien dat het voordroog relatief energierijk was, met een suikergehalte dat voor sommige paarden niet vanzelfsprekend paste bij onbeperkte opname. Het eiwitgehalte was niet uitzonderlijk hoog, maar de mineralenverhouding vroeg wel aandacht. Vooral de calcium-fosforverhouding en het koper- en zinkniveau pasten niet automatisch bij alle paarden op stal.

Dat betekende niet dat het ruwvoer slecht was. Het was smakelijk, hygiënisch in orde en voor verschillende paarden juist een prima basis. De uitslag maakte wel zichtbaar dat onbeperkt voeren voor ieder individueel paard niet dezelfde uitkomst gaf. Daar zit de kern van goed voeren op een pensionstal: hetzelfde hooi of voordroog kan goed zijn, zonder dat ieder paard er precies dezelfde hoeveelheid of aanvulling bij nodig heeft.

Een analyse lezen begint bij droge stof

De droge-stofwaarde vertelt hoeveel werkelijk voer er in een kilo product zit nadat het water is weggedacht. Hooi bevat doorgaans meer droge stof dan voordroog. Dat lijkt technisch, maar het bepaalt hoeveel kilo jouw paard werkelijk moet eten om voldoende vezels en voedingsstoffen binnen te krijgen.

Bij voordroog is het daarom niet verstandig om alleen te denken in plakken of netten. Twee plakken kunnen er hetzelfde uitzien, maar door verschillen in vochtgehalte toch een andere hoeveelheid droge stof bevatten. Reken bij voorkeur vanuit het lichaamsgewicht van je paard en de droge-stofopname. Voor veel paarden is voldoende ruwvoer de basis van een rustige vertering en een natuurlijk eetritme.

Ook op een pensionstal is dat praktisch toepasbaar. Je hoeft niet ieder net op de gram te wegen, maar je wilt wel weten of een paard structureel voldoende ruwvoer krijgt én of onbeperkte toegang past bij zijn conditie. Een paard dat te snel aankomt, heeft geen baat bij een algemeen advies dat voor een grote warmbloedruin is bedoeld.

Energie, suiker en zetmeel in samenhang bekijken

Bij paarden die snel aankomen, gevoelig zijn voor hoefbevangenheid of een rantsoen nodig hebben dat past bij insulineresistentie, kijk je extra kritisch naar energie, suiker en zetmeel. Daarbij is de totale opname altijd belangrijker dan één getal op het rapport. Een laag suikerpercentage helpt weinig wanneer een paard veel meer ruwvoer opneemt dan het nodig heeft. Andersom kan een paard met een hogere energiebehoefte juist te weinig binnenkrijgen als je het ruwvoer te sterk beperkt.

In deze casus kregen de paarden met een aandachtspunt voor gewicht een eigen voerstrategie. Niet door ruwvoer weg te nemen, maar door de opname beter te organiseren: afgewogen porties, passende slowfeeders en een verdeling over de dag. Voor sommige paarden was meer beweging eveneens een logische stap, uiteraard afgestemd op hun belastbaarheid.

Let ook op de herkomst van de uitslag. Laboratoria rapporteren suiker, zetmeel en soms fructaan niet altijd op dezelfde manier. Vergelijk dus geen losse cijfers uit verschillende rapporten zonder te weten wat precies is gemeten. Vraag bij twijfel om uitleg van het laboratorium of een voedingsdeskundige.

Eiwit is niet alleen een kwestie van spieropbouw

Een laag of matig eiwitgehalte in ruwvoer kan zichtbaar worden bij paarden die moeilijk bespieren, herstellen van training of in de groei zijn. Maar ook hier geldt: meer eiwit toevoegen is niet automatisch de oplossing. De kwaliteit van het totale rantsoen, voldoende energie, training, gebitsstatus en gezondheid spelen mee.

Bij de pensionstal kreeg de sportpaardengroep niet zomaar meer krachtvoer. Eerst is berekend wat het ruwvoer al leverde en wat er werkelijk ontbrak. Daarna konden eigenaren kiezen voor een gerichte aanvulling die paste bij de arbeid van hun paard. Dat gaf rust in het voerbeleid, omdat er niet meer op basis van aannames werd gevoerd.

Mineralen zijn de stille afwijking in veel rantsoenen

De uitslag van ruwvoer bevat vaak calcium, fosfor, magnesium, kalium, koper, zink en soms selenium. Deze waarden zijn minder zichtbaar dan conditie of mest, maar ze bepalen mede of een rantsoen op langere termijn in balans is. Vooral wanneer paarden weinig krachtvoer krijgen, is een passende vitamine- en mineralenaanvulling vaak nodig.

De fout die ik het vaakst zie, is dat iedere eigenaar iets toevoegt zonder te weten wat het ruwvoer en de rest van het rantsoen al leveren. De één geeft een mineraalbrok, de ander een sportbrok en een derde een supplement met meerdere mineralen. Dat kan tot overlap leiden, terwijl andere nutriënten juist onvoldoende aandacht krijgen.

In mijn boek Het Nieuwe Voeren, praktisch handboek voor een beter paardenwelzijn leg ik daarom steeds dezelfde volgorde uit: begin met voldoende en passend ruwvoer, bereken daarna energie en eiwit, en vul vervolgens vitamines en mineralen aan waar dat echt nodig is. Die volgorde maakt voeren overzichtelijker dan een kast vol potten en zakken.

Zo pak je een ruwvoeranalyse op stal goed aan

Een betrouwbare uitslag begint met een goed monster. Neem niet één handje uit de buitenkant van een baal. Verzamel kleine plukjes van meerdere plekken en, als het om een grotere partij gaat, van meerdere balen. Meng dit goed en stuur volgens de instructies van het laboratorium een representatief monster op.

Leg ook vast om welke partij het gaat. Een nieuw perceel, een andere snede of een nieuwe leverancier kan een andere samenstelling hebben. Bij een pensionstal is het verstandig om eigenaren te informeren wanneer een nieuwe partij wordt aangevoerd. Dat voorkomt verwarring als paarden ineens anders eten, in conditie veranderen of een aangepast rantsoen nodig hebben.

Maak vervolgens niet één standaardrantsoen voor alle paarden, maar verdeel de paarden in praktische groepen. Denk aan sobere paarden, paarden in lichte arbeid, sportpaarden, senioren en jonge paarden. Binnen zo'n groep blijft individuele beoordeling nodig. Een pony van 350 kilo en een paard van 650 kilo kunnen niet uit hetzelfde net eten met hetzelfde doel.

Wat deze stalhouder direct veranderde

De stalhouder koos niet voor een ingewikkeld systeem met twintig afzonderlijke voerplannen. Er kwamen duidelijke basisafspraken: ruwvoer werd per paard of groep beter gemonitord, de hoeveelheid werd waar nodig afgewogen en eigenaren kregen de analyseresultaten toegelicht. Daardoor wisten zij dat een supplement of krachtvoerkeuze niet op een losse klacht gebaseerd moest zijn, maar op het hele rantsoen.

Voor de merrie met vrij ontlastingswater werd bovendien gekeken naar meer dan voer alleen. Veranderingen in ruwvoer, stress, zandopname, gebit en gezondheidsfactoren kunnen meespelen. Bij aanhoudende klachten, pijn, koliekverschijnselen of twijfel over de gezondheid hoort altijd een dierenarts betrokken te worden. Een ruwvoeranalyse is waardevolle informatie, maar geen diagnose.

De grootste winst was uiteindelijk niet één perfect cijfer op papier. De stal kreeg een gezamenlijke basis en de paardeneigenaren konden hun eigen keuzes daarop afstemmen. Dat is beter voor het welzijn van de paarden én voor de rust tussen stalhouder en klanten.

Wil je weten wat de uitslag van jouw hooi of voordroog betekent voor jouw paard? Vul dan vandaag de rantsoencalculator in en begin bij de hoeveelheid en kwaliteit van het ruwvoer dat werkelijk in het net ligt.

Terug naar blog

Meer weten over gezond voeren?

Meld je aan voor onze gratis 12-delige e-mailserie. Elke drie dagen krijg je praktische kennis over paardenvoeding in je inbox, van ruwvoer tot mineralen.

Afmelden kan altijd.