BERECHNE DIE RATION FÜR DEIN PFERD; AUCH MIT EIGENER RAUHFUTTERANALYSE

[Möchtest du den Rationsrechner nutzen? Erstelle beim Bezahlen deiner Bestellung ein Konto, dann wird dieser automatisch und kostenlos deinem Konto hinzugefügt.

Kan ruwvoer alleen voldoende zijn voor je paard?

Kan ruwvoer alleen voldoende zijn voor je paard?

Een paard dat de hele dag goed hooi kan eten, krijgt al veel wat het nodig heeft. Toch is de vraag kan ruwvoer alleen voldoende zijn niet met één ja of nee te beantwoorden. Ruwvoer is altijd de basis van een paardvriendelijk rantsoen, maar de kwaliteit, de hoeveelheid, het paard en zijn omstandigheden bepalen of die basis ook werkelijk alle voedingsstoffen levert.

Wie bewust voert, kijkt daarom verder dan een volle ruif. Niet omdat elk paard krachtvoer nodig heeft, maar omdat gezond voeren begint met weten wat er in het ruwvoer zit - en wat mogelijk ontbreekt.

Ruwvoer is de basis, geen bijzaak

Paarden zijn gebouwd om het grootste deel van de dag kleine hoeveelheden vezelrijk voer te eten. Hooi, voordroog en gras houden de kauwactiviteit op gang en passen bij de natuurlijke werking van het maagdarmkanaal. Voldoende ruwvoer ondersteunt bovendien rust in de stal: een paard dat lang kan eten, heeft minder lange voerpauzes en kan zijn natuurlijke gedrag beter uitvoeren.

Als praktische ondergrens wordt vaak 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer aangehouden. Voor een paard van 600 kilo is dat doorgaans minstens 9 kilo droge stof per dag. Hoeveel kilo hooi of voordroog dat op de weegschaal is, hangt af van het vochtgehalte. Vooral voordroog bevat meer water, waardoor de daadwerkelijke portie vaak groter uitvalt dan veel eigenaren verwachten.

Maar voldoende kilo's betekent nog niet automatisch een volledig rantsoen. Ruwvoer verschilt per perceel, grassoort, oogstmoment, bemesting, bewaarmethode en seizoen. Twee partijen hooi kunnen er vrijwel hetzelfde uitzien, maar qua energie, eiwit, suiker en mineralen sterk uiteenlopen.

Wanneer kan ruwvoer alleen voldoende zijn?

Voor sommige volwassen paarden kan een rantsoen dat vrijwel volledig uit passend ruwvoer bestaat uitstekend werken. Denk aan een sobere, gezonde recreatiepony die weinig arbeid verricht, ruim voldoende goed ruwvoer krijgt en zijn gewicht goed behoudt. Zeker wanneer het ruwvoer biodivers is en afkomstig is van kruiden- en structuurrijke percelen, kan het een brede natuurlijke basis bieden.

Toch is ‘vrijwel volledig’ iets anders dan ‘zonder enige aanvulling’. Ook een paard met een lage energiebehoefte heeft dagelijks vitaminen, mineralen, aminozuren en sporenelementen nodig. De behoefte daaraan daalt niet altijd even sterk mee met de hoeveelheid arbeid. Juist bij paarden die weinig extra energie nodig hebben, is het lastig om tekorten op te vangen met meer voer. Extra hooi geven om een mineraaltekort te corrigeren is zelden logisch en kan ongewenste gewichtstoename geven.

Daarom is de betere vraag: dekt dit specifieke ruwvoer, in deze hoeveelheid, de behoefte van dit specifieke paard? Dat vraagt om kijken, rekenen en waar mogelijk meten.

De ruwvoeranalyse geeft richting

Een ruwvoeranalyse maakt zichtbaar wat een partij werkelijk levert. Minstens zo relevant als energie en ruw eiwit zijn de gehaltes aan suiker, zetmeel en de belangrijkste mineralen. Ook de verhouding tussen mineralen verdient aandacht. Zonder analyse blijft voeren deels een inschatting op basis van kleur, geur, stengel en mestbeeld. Dat zijn waardevolle observaties, maar ze vervangen geen cijfers.

Een analyse is vooral zinvol als je een grote partij voert, meerdere paarden op hetzelfde ruwvoer staan, je paard moeilijk op gewicht blijft of juist snel te zwaar wordt. Ook bij paarden in groei, drachtige of lacterende merries, senioren en paarden met intensieve training helpt inzicht om het rantsoen gerichter op te bouwen.

Waar ruwvoer vaak tekortschiet

Ruwvoer levert vezels en kan energie en eiwit leveren, maar is niet automatisch een betrouwbare bron van alle micronutriënten. De gehaltes aan koper, zink, selenium en jodium kunnen bijvoorbeeld wisselen. Ook vitamine E is in gedroogd ruwvoer vaak beperkter aanwezig dan in vers gras. Hoe langer hooi is opgeslagen, hoe meer het vitaminegehalte kan afnemen.

Dat betekent niet dat elk paard een lange lijst losse potten nodig heeft. Integendeel: stapelen zonder totaaloverzicht maakt een rantsoen snel onnodig ingewikkeld. Een gerichte balancer of basisaanvulling kan juist helpen om een ruwvoergericht rantsoen overzichtelijk te houden, zonder veel extra calorieën toe te voegen.

Let daarbij op de totale inname. Mineralen uit een balancer, liksteen, slobber, kruidenmengsel of ander aanvullend voer tellen allemaal mee. Meer is niet automatisch beter. Sommige mineralen beïnvloeden elkaars opname, waardoor een overmaat van het ene element de beschikbaarheid van een ander kan verkleinen.

Het paard bepaalt de aanvulling

De voeding van een paard is geen standaardrecept. Een jonge groeier stelt andere eisen dan een volwassen recreatiepaard. Een sportpaard kan door arbeid meer energie, eiwit of elektrolyten nodig hebben. Een oudere met minder efficiënt kauwen heeft soms baat bij aangepast ruwvoer of een andere vorm waarin vezels worden aangeboden. En een paard dat snel aankomt, heeft juist een zorgvuldig gekozen, structuurrijke partij met beperkte energiewaarde nodig.

Kijk daarom niet alleen naar het etiket van een voer, maar eerst naar het paard zelf. Veranderingen in gewicht, bespiering, vacht, hoefkwaliteit, mest, eettempo en gedrag rond voer zijn signalen om het rantsoen opnieuw te beoordelen. Ze vertellen niet rechtstreeks welk nutriënt ontbreekt, maar wel dat het totaalplaatje aandacht verdient.

Ook de leefomstandigheden doen mee. Staat een paard veel op gras, dan verschuift de samenstelling van het rantsoen. Krijgt het een deel van de dag stro, dan levert dat structuur maar doorgaans weinig bruikbare voedingsstoffen. Heeft het paard weinig beweging of draagt het een warme deken, dan kan de energiebehoefte weer anders liggen. Goed voeren blijft maatwerk, ook als de basis eenvoudig is.

Zo beoordeel je een ruwvoergericht rantsoen

Begin bij de dagelijkse hoeveelheid ruwvoer en weeg die daadwerkelijk af. Schat niet op basis van één plak hooi of een volle kruiwagen, want persdichtheid en vochtgehalte verschillen enorm. Verdeel het voer vervolgens zo dat lange eetpauzes zoveel mogelijk worden beperkt. Een slowfeeder kan daarbij helpen, mits het paard er ontspannen en voldoende van kan eten.

Beoordeel daarna de conditie van je paard met handen én ogen. Voel regelmatig ribben, schouder, hals en staartaanzet. Alleen naar de buik kijken is misleidend: een dikke buik kan ook ontstaan door veel vezels, terwijl de bespiering elders onvoldoende is. Houd gewicht, training en veranderingen in het seizoen bij, zodat kleine verschuivingen niet pas opvallen wanneer ze groot zijn geworden.

Laat bij voorkeur het ruwvoer analyseren en leg de uitslag naast de behoefte van je paard. Vul pas daarna gericht aan. Een geconcentreerde basisaanvulling kan passend zijn wanneer energie uit ruwvoer voldoende is, maar vitaminen, mineralen of hoogwaardige aminozuren niet zeker worden gedekt. Heeft een paard aantoonbaar meer energie nodig voor conditiebehoud of arbeid, dan kan een aanvullende energiebron logisch zijn - altijd passend bij zijn karakter, werk en gevoeligheden.

Natuurlijk voeren vraagt om kennis, niet om minder aandacht

De gedachte achter Het Nieuwe Voeren is helder: zet biodivers, vezelrijk ruwvoer en natuurlijke eetpatronen weer centraal. Dat is geen pleidooi voor zo weinig mogelijk voeren, maar voor beter begrijpen wat de basis doet. Wie de ruif serieus neemt, voorkomt dat krachtvoer een standaardoplossing wordt voor vragen die eigenlijk bij ruwvoerkwaliteit, voerfrequentie of rantsoenbalans beginnen.

Het boek Het Nieuwe Voeren biedt daarbij een praktisch vertrekpunt voor paardeneigenaren die de stap willen maken van losse voeradviezen naar een doordachte, welzijnsgerichte aanpak. Het helpt om met andere ogen naar gras, hooi, voerbeurten en de individuele behoefte van het paard te kijken.

Ruwvoer mag dus altijd de hoofdrol spelen. Of het ook alleen voldoende is, ontdek je niet aan een algemene regel, maar door de ruif, de analyse en vooral je eigen paard als één geheel te beoordelen. Dat is misschien minder snel dan een standaard schep voer, maar het geeft wel de rust van een rantsoen dat echt past.

Zurück zum Blog