BERECHNE DIE RATION FÜR DEIN PFERD; AUCH MIT EIGENER RAUHFUTTERANALYSE

[Möchtest du den Rationsrechner nutzen? Erstelle beim Bezahlen deiner Bestellung ein Konto, dann wird dieser automatisch und kostenlos deinem Konto hinzugefügt.

Voerstrategie voor paarden met artrose in balans

Voerstrategie voor paarden met artrose in balans

Een paard met artrose kan op sommige dagen verrassend soepel ogen en op andere dagen duidelijk minder comfortabel bewegen. Juist dan is een voerstrategie voor paarden met artrose geen kwestie van één poeder of één aangepast krachtvoer. Het is de dagelijkse basis die telt: voldoende passend ruwvoer, een lichaamsgewicht dat het paard ondersteunt en een rantsoen dat overzichtelijk is opgebouwd. Voeding vervangt de dierenarts, hoefsmid of een passend bewegingsplan niet, maar kan wel helpen om de omstandigheden rondom het paard zo gunstig mogelijk te organiseren.

Begin bij het hele paard, niet bij het supplement

Artrose is een gewrichtsaandoening waarbij onder meer het gewrichtskraakbeen en de structuren daaromheen veranderen. Hoeveel invloed dit heeft op het dagelijks functioneren, verschilt sterk per paard. De locatie van de artrose, leeftijd, gewicht, bespiering, huisvesting, hoefbalans, werk en eventuele andere aandoeningen spelen allemaal mee.

Dat vraagt om een voerplan dat past bij het individuele paard. Een sobere oudere pony met overgewicht heeft iets anders nodig dan een sportpaard dat moeilijk op conditie blijft. Ook het seizoen maakt verschil: minder gras, meer staluren of aangepast werk kunnen het energieverbruik en de behoefte aan ondersteuning veranderen.

Laat daarom eerst de basisgegevens kloppen. Ken het actuele gewicht of gebruik een gewichtstape consequent, beoordeel de lichaamsconditie en kijk niet alleen naar de ribben. Let ook op vetophopingen bij manenkam, schouder en staartaanzet. Bespreek veranderingen in beweging, kreupelheid, stijfheid of pijn altijd met de dierenarts.

Ruwvoer is het vertrekpunt van de voerstrategie voor paarden met artrose

Een paard is gemaakt om een groot deel van de dag vezelrijk voer te verwerken. Daarom begint een goed rantsoen met voldoende, schoon en passend ruwvoer. Hooi, voordroog of een combinatie daarvan levert niet alleen voedingsstoffen, maar geeft ook structuur aan de dag en ondersteunt een rustige voeropname.

De kwaliteit van het ruwvoer bepaalt vervolgens hoeveel er verder nodig is. Analyse van een partij ruwvoer geeft inzicht in onder andere droge stof, energie, eiwit en mineralen. Dat maakt het mogelijk om gericht aan te vullen in plaats van op gevoel steeds iets toe te voegen. Zeker bij paarden die langdurig hetzelfde ruwvoer krijgen, voorkomt dit zowel onnodige stapeling als ongemerkte tekorten.

Voor paarden die makkelijk aankomen is minder voeren zelden de beste eerste stap. Langdurig weinig ruwvoer kan onrust rond voeren geven en past niet bij het natuurlijke eetgedrag. Kijk liever samen met een deskundige naar de energie-inhoud van het ruwvoer, de totale opname en een veilige manier om het rantsoen te verdelen. Een slowfeeder of meerdere voerplekken kan helpen om de eettijd te verlengen, zolang het paard er ontspannen mee omgaat.

Gewicht verdient extra aandacht

Overgewicht is bij paarden met artrose een belangrijk aandachtspunt. Extra lichaamsmassa betekent simpelweg dat het paard meer gewicht meedraagt bij iedere stap, wending en overgang. Tegelijk is snel afvallen geen doel op zich. Een rantsoen moet voldoende eiwit, vitaminen, mineralen en vezels blijven bevatten, ook wanneer de energie-inname omlaag moet.

Werk daarom met kleine, meetbare aanpassingen. Weeg ruwvoer waar mogelijk af, gebruik steeds dezelfde meetmethode en evalueer de conditie iedere paar weken. Een wijziging die op papier klein lijkt, kan over enkele maanden veel verschil maken. Let ook op verborgen energiebronnen, zoals grote porties snoep, onbeperkte toegang tot rijk gras of krachtvoer dat niet meer aansluit bij de hoeveelheid arbeid.

Is het paard juist te schraal of verliest het spiermassa? Dan is alleen meer energie voeren niet automatisch de oplossing. Gebitsproblemen, verminderde ruwvoeropname, ouderdom, andere gezondheidsfactoren en het totale bewegingsniveau verdienen aandacht. Bij een ouder paard kan een rantsoen met goed verteerbare vezels en voldoende kwalitatief eiwit een praktische keuze zijn, maar ook hier geldt: laat de totale situatie leidend zijn.

Vul gericht aan, zonder het rantsoen ingewikkeld te maken

Ruwvoer vormt de basis, maar dekt niet altijd alle micronutriënten. Een geconcentreerde balancer of een zorgvuldig gekozen mineraalaanvulling kan dan helpen om het rantsoen passend te maken zonder onnodig veel extra calorieën toe te voegen. Dat is vooral relevant voor paarden die weinig of geen krachtvoer nodig hebben.

Kijk bij een aanvulling niet alleen naar de voorkant van de verpakking. Vraag jezelf af wat het product moet aanvullen, wat het paard al uit ruwvoer en krachtvoer krijgt en hoeveel producten er tegelijk worden gevoerd. Een stapel van losse supplementen maakt een rantsoen vaak minder helder. Bovendien kunnen ingrediënten elkaar overlappen, waardoor de dagelijkse inname van bepaalde nutriënten onnodig hoog wordt.

Vetzuurrijke ingrediënten worden regelmatig gekozen als onderdeel van een breder rantsoen voor paarden die extra aandacht vragen. Ook voldoende eiwit van passende kwaliteit is relevant voor het behoud van spiermassa, zeker wanneer een paard minder intensief wordt getraind. Welke keuze logisch is, hangt af van het ruwvoer, de conditie, de arbeid en de rest van het menu. Een supplement is dus geen los antwoord op artrose, maar hooguit een gerichte aanvulling op een zorgvuldig fundament.

Bij Equilin staat die gedachte centraal binnen Het Nieuwe Voeren: werk vanuit biodiverse, passende ruwvoeders en vul alleen aan wat werkelijk ontbreekt. In het boek Het Nieuwe Voeren wordt deze manier van kijken praktisch uitgewerkt, met aandacht voor natuurlijk eetgedrag, rantsoenopbouw en paardenwelzijn.

Houd suiker en zetmeel in perspectief

Bij gewrichtsklachten wordt suiker of zetmeel soms direct als de oorzaak aangewezen. Zo eenvoudig ligt het niet. De geschikte hoeveelheid hangt onder meer af van het individuele paard, de stofwisseling, het lichaamsgewicht, de arbeid en de samenstelling van het volledige rantsoen. Wel is het verstandig om kritisch te kijken naar producten die veel energie leveren terwijl het paard daar weinig behoefte aan heeft.

Een paard dat licht werk verricht en goed op gewicht blijft, heeft vaak geen grote porties granenrijk krachtvoer nodig. Een paard dat wel arbeid verricht of moeilijk op gewicht blijft, kan een andere energiebron en verdeling nodig hebben. Rationeel voeren betekent niet dat elk krachtvoer uitgesloten is, maar dat iedere portie een duidelijke functie heeft.

Verander het voer bovendien niet abrupt. Het spijsverteringsstelsel heeft tijd nodig om zich aan te passen. Bouw een nieuw ruwvoer, krachtvoer of aanvulling geleidelijk op en observeer mest, eetlust, gedrag en lichaamsconditie. Houd veranderingen bij in een eenvoudig logboek. Dat helpt om verbanden te zien zonder op één opvallende dag meteen grote conclusies te trekken.

Voeren werkt beter samen met management

De beste voerkeuze komt minder tot zijn recht wanneer een paard langdurig stilstaat, op een harde ondergrond moet manoeuvreren of moeilijk bij water en ruwvoer kan komen. Regelmatige, rustige beweging binnen de belastbaarheid van het paard is vaak onderdeel van het totale plan dat dierenarts, fysiotherapeut, trainer en hoefsmid samen vormgeven.

Ook praktische details op stal doen ertoe. Plaats voerplekken zo dat het paard niet steeds scherp hoeft te draaien. Zorg voor voldoende drinkwater, beperk stress rond de voerbeurt en voorkom dat een minder mobiel paard wordt weggejaagd door dominante stalgenoten. Bij groepshuisvesting kan meerdere ruwvoerpunten aanbieden veel rust geven.

Controleer daarnaast het gebit volgens het advies van de behandelend professional. Een paard dat minder goed kauwt, kan moeite krijgen met langstengelig ruwvoer en daardoor anders gaan eten of conditie verliezen. Dat is geen voedingsfout, maar het heeft wel direct gevolgen voor het voerplan.

Evalueer op rustige momenten

Een voerstrategie is pas waardevol als u haar kunt volgen en bijsturen. Kies vaste momenten om gewicht, lichaamsconditie, ruwvoeropname en training te beoordelen. Verander niet alles tegelijk. Wanneer u tegelijk ander hooi, een nieuw supplement, minder krachtvoer en een ander trainingsschema inzet, is achteraf niet meer duidelijk wat welk effect had.

Neem bij twijfel het ruwvoeranalyseverslag, de etiketten van alle voerproducten en recente gegevens over gewicht mee naar een rantsoenadvies. Daarmee wordt advies concreet in plaats van algemeen. Het doel is niet een zo uitgebreid mogelijk menu, maar een rustig en passend rantsoen dat het paard dagelijks goed kan opnemen.

Een paard met artrose vraagt om aandacht voor details, maar vooral om consequentie. Geef de basis tijd, houd het plan eenvoudig en blijf kijken naar het paard dat voor u staat. Dat is vaak de meest zorgzame keuze die u iedere voerbeurt opnieuw kunt maken.

Zurück zum Blog