BERECHNE DIE RATION FÜR DEIN PFERD; AUCH MIT EIGENER RAUHFUTTERANALYSE

[Möchtest du den Rationsrechner nutzen? Erstelle beim Bezahlen deiner Bestellung ein Konto, dann wird dieser automatisch und kostenlos deinem Konto hinzugefügt.

Zo pas je voerfrequentie aan bij weidegang

Zodra paarden weer langer buiten staan, verandert hun rantsoen vaak sneller dan gedacht. Voerfrequentie aanpassen bij weidegang gaat namelijk niet alleen over minder krachtvoer geven. Het gaat vooral over de vraag hoeveel tijd een paard werkelijk zonder vezelrijke voeding staat, hoeveel gras het opneemt en hoe gelijkmatig die opname over de dag verloopt. Juist daarin ligt de basis voor een rustig en natuurlijk voedingspatroon.

Weidegang is waardevol, maar gras is niet elke dag hetzelfde. De groei, het weer, het perceel, het seizoen, de beweidingsduur en het individuele eetgedrag van het paard maken verschil. Wie het voeren daarop afstemt, voorkomt abrupte veranderingen en houdt het rantsoen overzichtelijk.

Waarom de voerfrequentie bij weidegang verandert

Een paard is gebouwd om een groot deel van de dag kleine hoeveelheden vezelrijk voer op te nemen. Op een passend bemeste, voldoende grote weide kan gras daar deels in voorzien. Maar bij beperkte weidegang, een schrale paddock of een grasmat die door droogte of intensieve begrazing weinig aanbod geeft, ontstaan er alsnog lange pauzes zonder ruwvoer.

De tijd buiten zegt daarom minder dan de feitelijke grasopname. Vier uur op een grasrijke weide kan een ruime hoeveelheid gras opleveren. Acht uur op een kort afgegraasd perceel kan daarentegen betekenen dat een paard vooral zoekt, loopt en weinig binnenkrijgt. Kijk dus niet alleen naar de klok, maar naar het perceel en naar je paard.

Ook de overgang van winterrantsoen naar gras vraagt aandacht. Gras brengt vocht, energie en andere voedingswaarden mee dan hooi of voordroog. Wanneer je op de eerste zonnige dagen meteen veel weidegang aanbiedt én de wintervoergiften ongewijzigd laat, wordt het rantsoen onnodig onvoorspelbaar. Rustig opbouwen geeft je de kans om mest, lichaamsconditie, gedrag en eetlust goed te volgen.

Voerfrequentie aanpassen bij weidegang: begin bij ruwvoer

Ruwvoer blijft de basis, ook wanneer paarden dagelijks grazen. Zeker in de uren dat zij niet op het gras staan, moet er voldoende passend ruwvoer beschikbaar zijn. Denk aan de nacht op stal, een droge paddock overdag of transport- en trainingsmomenten. Het doel is niet om elk uur exact hetzelfde te voeren, maar om lange voerloze periodes zo veel mogelijk te vermijden.

Heeft een paard bijvoorbeeld overdag enkele uren weidegang en staat het daarna op stal? Zorg dan dat er bij terugkomst ruwvoer klaarligt. Wacht niet tot de reguliere avondronde als daar nog uren tussen zitten. Staat een paard juist 's nachts buiten en overdag binnen, kijk dan of de portie hooi in de stalperiode voldoende ruim is verdeeld.

Hoe je dat praktisch doet, hangt af van de huisvesting. Een slowfeeder kan helpen om een ruwvoerportie over meer uren te verdelen, mits het paard er ontspannen uit kan eten en er geen frustratie of competitie ontstaat. In een groep zijn meerdere voerplekken essentieel. Een goede oplossing voor het ene paard is niet automatisch geschikt voor een kudde met ranglage dieren, sobere rassen of paarden die snel eten.

Gras vervangt niet altijd een ruwvoerbeurt

Bij royale, aaneengesloten weidegang kan gras een aanzienlijk deel van de vezelopname leveren. Toch is het verstandig om bij te voeren als het grasaanbod beperkt is of als de paarden zichtbaar kort gras afzoeken. Ook na een nachtvorst, in droge perioden of op een intensief gebruikt perceel kan de situatie snel veranderen.

Let daarnaast op het moment waarop je ruwvoer geeft. Een kleine portie vóór de weidegang kan ervoor zorgen dat een paard niet met grote honger het gras op gaat. Dat is vooral praktisch bij paarden die beperkt mogen grazen. Het is geen vervanging voor doordacht weidemanagement, maar wel een rustige start van het eetmoment.

Krachtvoer: minder is niet altijd het doel

Bij meer gras denken veel paardeneigenaren terecht aan het herzien van krachtvoer. De benodigde hoeveelheid kan dalen als de energie-inname uit gras toeneemt, maar blind schrappen is evenmin verstandig. Kijk eerst naar het hele plaatje: lichaamsconditie, arbeid, leeftijd, type paard, kwaliteit en hoeveelheid ruwvoer, én de actuele grasopname.

Een recreatiepaard dat in de zomer minder werkt en dagelijks ruim gras eet, heeft vaak een andere invulling nodig dan een sportpaard in intensieve training. Een opgroeiend paard, een oudere of een paard dat moeilijk op gewicht blijft, vraagt weer om een eigen beoordeling. Voerfrequentie en voersoort horen daarbij samen: een grotere krachtvoergift verdelen over passende momenten is doorgaans rustiger dan alles in één bak aanbieden.

Geef krachtvoer bij voorkeur niet als compensatie voor een tekort aan ruwvoer. Een paard dat op stal wacht op zijn avondportie heeft vooral baat bij vezels, niet bij een extra grote voerbak met concentraat. Gebruik krachtvoer functioneel, afgestemd op de behoefte die na beoordeling van het basisrantsoen overblijft.

Vergeet de dagelijkse aanvulling niet

Als gras en ruwvoer het fundament vormen, blijft de vraag welke voedingsstoffen daarin ontbreken of wisselen. Dat is precies waarom een rantsoen niet alleen uit energie moet worden bekeken. De hoeveelheid gras verandert per seizoen, maar ook hooi en voordroog verschillen per partij. Een gerichte balancer of aanvulling kan helpen om het rantsoen consistent te houden, zonder dat je onnodig veel krachtvoer voert.

Kies daarbij voor eenvoud. Maak niet tegelijk meerdere grote veranderingen: langer weiden, ander ruwvoer, minder brok en een nieuw aanvullend product. Dan is niet meer te beoordelen wat een effect heeft op conditie, mest of voeropname. Verander stap voor stap en geef jezelf voldoende observatietijd.

De uitgangspunten uit het boek Het Nieuwe Voeren sluiten hier goed op aan: begin met biodivers en passend ruwvoer, respecteer het natuurlijke eetgedrag van het paard en vul pas daarna gericht aan wat in het basisrantsoen ontbreekt. Dat maakt voeren niet ingewikkelder, maar juist beter uitlegbaar.

Een praktisch dagschema maken

Een bruikbaar schema begint met drie vragen: wanneer heeft het paard toegang tot gras, wanneer staat het zonder gras en hoeveel ruwvoer is er dan beschikbaar? Schrijf dit eens letterlijk uit voor een etmaal. Vaak worden de lange pauzes dan meteen zichtbaar.

Stel: een paard staat van 08.00 tot 16.00 uur op de wei en van 16.00 tot 08.00 uur op stal. Dan is het logisch om bij binnenkomst direct ruwvoer te verstrekken en te controleren of de nachtgift daadwerkelijk tot de ochtend reikt. Krijgt het paard rond training of verzorging tijdelijk geen hooi? Leg dan vooraf ruwvoer klaar, zodat die onderbreking zo kort mogelijk blijft.

Bij beperkte weidegang werkt het vaak goed om de ruwvoergiften rondom de weidetijd te organiseren. Geef bijvoorbeeld ruwvoer vóór het naar buiten gaan en opnieuw zodra het paard terugkomt. De precieze hoeveelheid is geen standaardrecept. Die hangt af van het lichaamsgewicht, de conditiedoelstelling, de grasopname en de analyse of bekende kwaliteit van het overige ruwvoer.

Signalen die aanleiding geven om bij te sturen

Een goed schema blijft een werkdocument. Gras groeit niet volgens je stalplanning. Controleer daarom wekelijks of het rantsoen nog past, en vaker bij snelle weersomslagen of een wisseling van perceel.

Let onder meer op veranderingen in lichaamsconditie, mestconsistentie, eettempo, rust rond voermomenten en de hoeveelheid gras die werkelijk beschikbaar is. Ook een paard dat plots veel minder of juist veel meer arbeid verricht, verdient een nieuwe beoordeling. Bij opvallende of aanhoudende veranderingen in gezondheid, eetlust of mest is overleg met dierenarts of voedingsdeskundige verstandig.

Weidegang hoeft geen periode te zijn waarin je de controle over het rantsoen verliest. Integendeel: wie gras ziet als een wisselend onderdeel van het dagelijkse voerplan, kan rust en regelmaat behouden. Kijk naar wat er voor het paard beschikbaar is, verdeel vezelrijke voeding logisch over de dag en stel bij met kleine stappen. Dat geeft je paard een voorspelbaar voedingsritme - en jou de ruimte om met aandacht te blijven voeren.

Zurück zum Blog