BERECHNE DIE RATION FÜR DEIN PFERD; AUCH MIT EIGENER RAUHFUTTERANALYSE

[Möchtest du den Rationsrechner nutzen? Erstelle beim Bezahlen deiner Bestellung ein Konto, dann wird dieser automatisch und kostenlos deinem Konto hinzugefügt.

Hoe ondersteun je de vertering van je paard?

Hoe ondersteun je de vertering van je paard?

De mest is droger dan anders, je paard eet zijn hooi minder gretig of staat onrustig op stal. Het zijn signalen die vragen oproepen over voeding en management. Maar hoe ondersteun je de vertering van je paard op een manier die past bij zijn natuurlijke gedrag? Het antwoord begint zelden bij één los product. Een goed functionerend rantsoen rust op voldoende passend ruwvoer, regelmaat, water, beweging en gerichte aanvulling waar dat nodig is.

De vertering van een paard is gemaakt voor veel kleine maaltijden verspreid over de dag. Dat uitgangspunt is eenvoudig, maar in de dagelijkse praktijk vraagt het om bewuste keuzes. Denk aan de kwaliteit van het hooi, de tijd tussen voerbeurten, veranderingen in de kudde en de hoeveelheid krachtvoer. Juist de optelsom bepaalt hoe comfortabel en stabiel een paard zich kan voelen.

Begrijp de vertering van je paard

Een paard is een vezelverter. Na het kauwen komt voer eerst in de maag en vervolgens in de dunne darm. Daarna speelt de dikke darm, met name de blinde darm en dikke karteldarm, een grote rol. Daar zetten micro-organismen vezels uit ruwvoer om in energie die het paard benut.

Die micro-organismen gedijen het best bij rust en voorspelbaarheid. Grote voerwisselingen, lange periodes zonder ruwvoer, onvoldoende water of een rantsoen met veel snel verteerbare koolhydraten kunnen die balans onder druk zetten. Dat betekent niet dat elk paard hetzelfde gevoerd moet worden. Een sobere recreatiepony heeft iets anders nodig dan een sportpaard in training, een senior of een opgroeiend paard. Wel blijft de basis gelijk: voer het paard zo veel mogelijk volgens zijn natuurlijke eetpatroon.

Hoe ondersteun je de vertering van je paard met ruwvoer?

Ruwvoer is geen bijzaak, maar het fundament van het rantsoen. Hooi, voordroog of gras levert vezels, stimuleert langdurig kauwen en geeft de darmflora het materiaal waarmee zij kan werken. Kijk daarom niet alleen naar de hoeveelheid, maar ook naar de kwaliteit en de geschiktheid voor jouw paard.

Goed ruwvoer ruikt fris, is vrij van zichtbaar stof en schimmel en past qua energie- en suikergehalte bij de behoefte van het paard. Vooral bij paarden die snel te zwaar worden, gevoelig reageren op rantsoenveranderingen of beperkt gras mogen, is een ruwvoeranalyse waardevol. Die geeft inzicht in wat er werkelijk in het basisvoer zit. Pas daarna kun je gericht beoordelen wat er eventueel ontbreekt.

Ook de verdeling over de dag telt. Lange pauzes zonder vezels passen niet bij het paardenlichaam. Een slowfeeder, meerdere voerplekken of een slimme verdeling van het ruwvoer kan helpen om de eettijd te verlengen. Let wel op de uitvoering: een net moet veilig hangen, een passende maaswijdte hebben en geen frustratie of onhandige eetpositie veroorzaken. Voor sommige paarden werkt los verspreid ruwvoer of een voerbak op grondniveau beter.

Verander voer stap voor stap

Een nieuw pak hooi, ander voordroog of een wijziging in krachtvoer kan invloed hebben op de mest en eetlust. Geef het verteringsstelsel tijd om mee te bewegen. Meng nieuw ruwvoer geleidelijk door het bestaande voer en voer wijzigingen in aanvullende voeding niet allemaal tegelijk door.

Door één verandering per keer te maken, zie je beter wat een paard doet. Houd een paar dagen bij hoe de mest eruitziet, hoeveel het paard drinkt, of het gretig eet en hoe zijn algemene houding is. Dat is vaak waardevoller dan afgaan op één momentopname.

Water, zout en beweging horen bij hetzelfde verhaal

Vezels hebben vocht nodig. Een paard dat te weinig drinkt, kan moeite krijgen om voldoende vocht in de darm te houden. Zorg daarom altijd voor schoon, vers water dat makkelijk bereikbaar is. Controleer in de winter extra goed of drinkbakken niet te koud zijn of bevriezen. Sommige paarden drinken merkbaar minder wanneer water ijskoud is.

Een passend aanbod van zout ondersteunt de normale vochtopname en is vooral relevant bij paarden die werken en zweten. Hoeveel nodig is, hangt onder meer af van arbeid, weersomstandigheden, rantsoen en individuele situatie. Een liksteen kan onderdeel zijn van de basis, maar geeft niet altijd zekerheid over de werkelijke opname. Bespreek bij twijfel het totale rantsoen met een voedingsdeskundige.

Beweging houdt bovendien niet alleen spieren en conditie actief. Regelmatige, rustige beweging past ook bij de natuurlijke darmactiviteit. Weidegang, vrije beweging en dagelijks stappen hebben elk hun waarde. Een paard dat langdurig stilstaat, heeft baat bij een managementplan waarin voer, beweging en rust logisch op elkaar aansluiten.

Kijk kritisch naar krachtvoer en beloningen

Krachtvoer kan functioneel zijn wanneer een paard extra energie, eiwit of specifieke nutriënten nodig heeft. De vraag is niet of krachtvoer goed of slecht is, maar of de soort, hoeveelheid en verdeling kloppen bij het individuele paard. Grote porties in één keer passen minder goed bij het spijsverteringsstelsel dan kleine, afgestemde maaltijden.

Tel ook de extra's mee. Snoepjes, brood, veel fruit, grasjes na het rijden en meerdere soorten voer kunnen ongemerkt een aanzienlijk deel van het rantsoen vormen. Dat hoeft niet te betekenen dat alles verboden is. Wel verdient het aandacht, zeker wanneer je zoekt naar meer rust en regelmaat in de voeding.

Een basisrantsoen van geanalyseerd ruwvoer vraagt soms om aanvulling van vitaminen, mineralen of andere nutriënten. Kies dan voor een oplossing die aansluit op wat het ruwvoer al levert, in plaats van zomaar meerdere producten te stapelen. Eenvoud maakt voeren niet alleen overzichtelijker, maar helpt ook om veranderingen bij je paard beter te kunnen duiden.

Rust rondom het voeren is onderdeel van welzijn

De omgeving waarin een paard eet, doet ertoe. Een lager geplaatste pony die steeds wordt weggejaagd bij het hooi, een paard dat zijn voer snel naar binnen werkt uit concurrentie of een stal met onrustige voerbeurten kan anders reageren dan je op papier zou verwachten. Observeer daarom de hele groep, niet alleen de voerbak van één paard.

Maak voldoende eetplekken, spreid ruwvoer waar dat veilig kan en geef paarden de kans om zonder druk te eten. Bij groepshuisvesting is het soms nodig om individuele paarden tijdelijk apart te voeren, bijvoorbeeld wanneer een dieet of herstelperiode daarom vraagt. Dat is maatwerk, geen tekortkoming in het systeem.

Stress kan ook buiten de voerplek ontstaan: een intensieve trainingsperiode, transport, verhuizing, wisseling van kudde of een andere dagindeling. Juist dan is het verstandig om het rantsoen zo stabiel mogelijk te houden. Voeg niet automatisch van alles toe, maar begin bij de basis en beoordeel wat echt nodig is.

Wanneer vraag je om deskundig advies?

Let op veranderingen die aanhouden of duidelijk afwijken van wat normaal is voor jouw paard. Denk aan opvallend andere mest, minder eetlust, herhaaldelijk ongemak rond het voeren, gewichtsverlies of gedragsverandering. Neem bij acute zorgen of tekenen van pijn altijd direct contact op met een dierenarts. Voeding kan een waardevol onderdeel zijn van dagelijkse ondersteuning, maar vervangt geen diagnose of behandeling.

Voor een betere onderbouwing van het rantsoen kun je daarnaast een ruwvoeranalyse en een voederscan gebruiken. Verzamel daarbij praktische informatie: lichaamsgewicht, werk, weidegang, hoeveelheid ruwvoer, krachtvoer, supplementen, mestbeeld en eventuele recente veranderingen. Hoe completer het beeld, hoe gerichter het advies.

Wie verder wil kijken dan losse voerregels, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren een heldere basis voor paardenwelzijn en natuurlijke voedingsprincipes. Het helpt om ruwvoer, biodiversiteit, gedrag en gerichte aanvulling als één geheel te bekijken.

De beste ondersteuning van de vertering zit vaak in rustige, consequente keuzes die je elke dag kunt volhouden. Kijk naar je paard, niet alleen naar de verpakking. Een paard dat voldoende vezels kan eten, vrij toegang heeft tot water, passend beweegt en een overzichtelijk rantsoen krijgt, heeft een basis die werkelijk past bij zijn natuur.

Zurück zum Blog