BERECHNE DIE RATION FÜR DEIN PFERD; AUCH MIT EIGENER RAUHFUTTERANALYSE

[Möchtest du den Rationsrechner nutzen? Erstelle beim Bezahlen deiner Bestellung ein Konto, dann wird dieser automatisch und kostenlos deinem Konto hinzugefügt.

Gids voor mineralen bij veulens: zo voer je gericht

Gids voor mineralen bij veulens: zo voer je gericht

Een veulen groeit niet in een gelijkmatig tempo. In enkele maanden verandert een jong dier van een kwetsbaar pasgeboren veulen in een nieuwsgierige, snel ontwikkelende jonge paard. Juist daarom is een gids voor mineralen bij veulens geen kwestie van simpelweg ‘iets extra’s’ voeren. De juiste mineralen horen in verhouding te staan tot melk, ruwvoer, krachtvoer, lichaamsontwikkeling en de conditie van de merrie.

Wie alleen naar het etiket van een brok kijkt, mist vaak het grootste deel van het verhaal. Ruwvoer vormt de basis van het rantsoen, maar de mineralengehalten daarin verschillen sterk per perceel, snede, seizoen en bewaarmethode. Een uitgebalanceerde aanvulling begint dus niet bij een pot of zak, maar bij zicht op wat het veulen daadwerkelijk binnenkrijgt.

Waarom mineralen in de veulengroei zo nauw luisteren

Mineralen zijn bouwstoffen en regelstoffen. Ze dragen onder meer bij aan de ontwikkeling van botten, het functioneren van spieren en zenuwen en talloze processen in het lichaam. Voor een veulen is vooral de onderlinge verhouding van belang. Meer van één mineraal is niet automatisch beter als dat de opname of balans van een ander mineraal verstoort.

De groeifase maakt dit extra gevoelig. Een jong veulen heeft een relatief kleine opnamecapaciteit, terwijl de behoefte per kilogram lichaamsgewicht hoog kan zijn. Tegelijk verandert het rantsoen snel: de eerste periode is merriemelk dominant, daarna groeit de opname van gras, hooi en eventueel veulenvoer. Na het spenen verandert die verdeling opnieuw.

Dat vraagt om rustig en consequent voeren. Grote wisselingen in krachtvoer of supplementen passen niet bij een jong verteringsstelsel. Kies liever voor een heldere basis, voer op vaste momenten en beoordeel het rantsoen opnieuw wanneer groei, huisvesting, ruwvoer of seizoen verandert.

De belangrijkste mineralen voor veulens

Calcium en fosfor: samen sterker dan afzonderlijk

Calcium en fosfor zijn bekend als mineralen die betrokken zijn bij de botopbouw. Toch zegt de hoeveelheid alleen weinig. De verhouding tussen beide mineralen moet passend zijn bij de totale opname uit het rantsoen. Een overschot aan fosfor of een scheve calcium-fosforverhouding is onwenselijk, ook als het rantsoen op papier ‘voldoende calcium’ bevat.

Gras en hooi leveren wisselende hoeveelheden. Vooral wanneer een veulen naast ruwvoer ook granen, zemelen of een krachtvoer krijgt, is het verstandig de volledige berekening te bekijken. Producten die bedoeld zijn voor volwassen paarden zijn niet automatisch geschikt voor jonge dieren, juist omdat de mineralenverhoudingen anders kunnen uitpakken.

Koper en zink: kleine hoeveelheden, grote aandacht

Koper en zink zijn sporenelementen. Ze zijn maar in kleine hoeveelheden nodig, maar verdienen in een veulenrantsoen wel serieuze aandacht. Beide komen vanuit ruwvoer niet altijd in een voorspelbare hoeveelheid binnen. Bovendien kunnen hoge gehalten van bepaalde mineralen de benutting van andere sporenelementen beïnvloeden.

Bij fokmerries wordt vaak al gekeken naar de mineralenvoorziening tijdens de dracht en lactatie. Dat is logisch: de merrie legt via haar eigen rantsoen mede de basis voor de eerste levensfase van het veulen. Zodra het veulen zelfstandig meer gaat eten, moet ook zijn eigen rantsoen apart worden beoordeeld. Vertrouw dus niet uitsluitend op wat de merrie krijgt.

Selenium, jodium en mangaan: precisie is noodzakelijk

Selenium en jodium vragen om nauwkeurigheid. De gehaltes in ruwvoer kunnen per regio en partij verschillen, terwijl een te hoge totale opname ongewenst is. Voeg deze sporenelementen daarom nooit op gevoel toe, zeker niet wanneer je al een volledig veulenvoer, mineralenbrok of balancer voert.

Mangaan hoort eveneens bij het totaalplaatje. Het is niet zinvol om één mineraal uit te lichten en de rest van het rantsoen te negeren. Een uitgebalanceerde aanvulling houdt rekening met meerdere mineralen tegelijk en voorkomt dat losse producten onbedoeld stapelen.

Magnesium en natrium: kijk naar het hele rantsoen

Magnesium komt van nature voor in ruwvoer, maar het gehalte varieert. Natrium is vaak een aandachtspunt, omdat ruwvoer er van nature weinig van bevat. Schoon water en toegang tot een passende zoutvoorziening zijn daarom onderdeel van goed dagelijks management. Hoeveel er aanvullend nodig is, hangt af van leeftijd, seizoen, rantsoen en omstandigheden.

Bij een jong veulen past terughoudendheid beter dan experimenteren. Een supplement voor volwassen sportpaarden, bijvoorbeeld met hoge doseringen of meerdere actieve ingrediënten, sluit meestal niet aan bij de behoefte van een opgroeiend dier.

Zo beoordeel je de mineralenvoorziening van een veulen

De meest betrouwbare route is een rantsoenbeoordeling die begint bij het ruwvoer. Laat, waar mogelijk, een representatief monster van hooi, voordroog of gras analyseren. Alleen dan weet je beter welke energie, eiwitten en mineralen de basis werkelijk levert. Een gemiddelde tabelwaarde kan richting geven, maar vervangt geen analyse van jouw partij.

Neem vervolgens de melkproductie van de merrie, de leeftijd van het veulen, het geschatte gewicht, de groei en alle aangeboden voeders mee. Denk ook aan kleine extra’s: likstenen, slobber, kruidenmixen, mineralenpoeders en beloningen kunnen samen meetellen. Vooral bij meerdere producten ontstaan gemakkelijk dubbele doseringen.

Let naast cijfers ook op de praktijk. Groeit het veulen geleidelijk, blijft het goed op conditie en is het rantsoen rustig voor de vertering? Dan heb je een betere uitgangspositie dan wanneer je probeert snelle groei met extra krachtvoer af te dwingen. Groei mag zichtbaar zijn, maar hoeft niet spectaculair te zijn.

Mineralen bij veulens per levensfase

In de eerste weken drinkt een gezond veulen voornamelijk bij de merrie. De kwaliteit en samenstelling van het merrierantsoen verdienen dan de meeste aandacht. Het veulen zal al snel aan ruwvoer knabbelen, maar dat betekent nog niet dat het meteen grote hoeveelheden hoeft te eten.

Vanaf enkele maanden neemt de zelfstandige voeropname toe. Dit is het moment om te controleren of het ruwvoer, samen met een passend veulenvoer of een zorgvuldig gekozen rantsoenaanvulling, voldoende aansluit op de groei. De behoefte verschilt sterk tussen een klein ponyveulen en een groot warmbloedveulen met een verwacht volwassen gewicht van ruim 600 kilo.

Rond het spenen verandert niet alleen de sociale situatie, maar vaak ook de voersituatie. Houd het rantsoen dan zo voorspelbaar mogelijk. Zorg voor voldoende goed ruwvoer, verdeel eventuele krachtvoergiften over meerdere kleine porties en verander niet meerdere onderdelen tegelijk. Zo kun je beter volgen hoe het veulen reageert.

In de periode daarna is regelmatige evaluatie waardevol. Meet of weeg het veulen waar mogelijk en houd de lichaamsconditie bij. Niet elk veulen groeit volgens dezelfde curve. Ras, geslacht, seizoen, beweging, kuddehouding en genetische aanleg spelen allemaal mee.

Veelgemaakte fouten in de gids voor mineralen bij veulens

De eerste fout is voeren op basis van aannames. ‘Ons hooi is altijd goed’ klinkt geruststellend, maar is geen rantsoenanalyse. De tweede fout is het combineren van een volledig krachtvoer met een extra mineralenproduct zonder de etiketten naast elkaar te leggen. Dat kan leiden tot een onnodig hoge opname van bepaalde mineralen en vitaminen.

Ook te veel energie voeren is een aandachtspunt. Mineralen kunnen een rantsoen helpen aanvullen, maar compenseren geen overmatige energiegift of te snelle gewichtstoename. De basis blijft: voldoende vezelrijk ruwvoer, een passend groeitempo en een rantsoen dat aansluit bij de individuele ontwikkeling.

Een andere valkuil is uitsluitend naar het veulen kijken. De voeding van de merrie, de kwaliteit van het ruwvoer en de inrichting van de groep bepalen samen de omstandigheden waarin een jong paard opgroeit. Dagelijkse beweging, sociaal contact en rust zijn minstens zo vanzelfsprekende onderdelen van paardenwelzijn als een goed berekende voerbak.

Maak van voeren een onderbouwde routine

Wie meer grip wil krijgen op ruwvoer, rantsoenberekeningen en natuurlijke voedingsprincipes, vindt in het boek Het Nieuwe Voeren praktische handvatten voor beter paardenwelzijn. Het helpt om verder te kijken dan losse producten en te begrijpen hoe de hele basis samenhangt.

Voor veulens is die bredere blik bijzonder waardevol. Een zorgvuldig mineralenbeleid hoeft niet ingewikkeld te zijn, zolang je start met goed ruwvoer, de totale opname controleert en veranderingen stap voor stap doorvoert. Zo geef je een jong paard geen onnodige extra’s, maar precies de aandacht die bij gezonde, rustige groei past.

Zurück zum Blog