Belangrijk voor de rantsoencalculator

Wil je de rantsoencalculator gebruiken? Maak dan een account aan bij het afrekenen van je bestelling, dan komt deze automatisch en kosteloos in je account te staan.

Beste ruwvoersoorten voor paarden kiezen

Beste ruwvoersoorten voor paarden kiezen

Een paard dat voortdurend kleine porties vezelrijk voer kan opnemen, gedraagt zich zoals zijn spijsvertering bedoeld is te functioneren. Toch wordt ruwvoer vaak nog gekozen op kleur, geur of wat er toevallig beschikbaar is. Wie zoekt naar de beste ruwvoersoorten voor paarden, kijkt verder: naar plantensoorten, oogstmoment, hygiëne, structuur en de behoeften van het individuele paard.

Ruwvoer is geen vulling naast krachtvoer. Het is de basis van het rantsoen en verdient daarom dezelfde aandacht als ieder ander onderdeel van de voeding. Een goede keuze ondersteunt een gelijkmatige voeropname, voldoende kauwtijd en een dagelijkse routine die past bij natuurlijk paardengedrag. De beste soort bestaat alleen niet voor elk paard. Een sobere pony, een sportpaard, een opgroeiend paard en een senior kunnen allemaal iets anders nodig hebben.

Waarom ruwvoer de basis van het rantsoen is

Paarden zijn gemaakt om lang te grazen en veel te kauwen. Die constante opname van vezels helpt hen om hun dag in een rustig ritme door te brengen. Ruwvoer levert bovendien energie, eiwit, mineralen en andere voedingsstoffen, maar de waarden verschillen sterk per partij.

Daarom is de hoeveelheid alleen niet genoeg. Een paard kan volop hooi krijgen en toch een rantsoen ontvangen dat niet passend is bij zijn arbeid, conditie of gevoeligheid. Een ruwvoeranalyse maakt zichtbaar wat u daadwerkelijk voert. Denk aan droge stof, energie, ruw eiwit, suiker, zetmeel en mineralen. Pas met die informatie kunt u gericht aanvullen in plaats van op goed geluk producten toe te voegen.

Als praktische ondergrens wordt vaak minimaal 1,5 procent van het lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer per dag aangehouden. Voor een paard van 600 kilo betekent dat minimaal 9 kilo droge stof. Hoeveel kilo hooi daarbij hoort, hangt af van het vochtgehalte. In veel situaties is meer ruwvoer wenselijk, mits het past bij de conditie en energiebehoefte van het paard.

Beste ruwvoersoorten voor paarden: de verschillen

Hooi: breed inzetbaar, maar nooit vanzelfsprekend

Goed hooi is voor veel paarden de meest logische basis. Het is gedroogd gras en doorgaans langer houdbaar dan voordroog. De kwaliteit wordt bepaald door onder meer graslandbeheer, botanische samenstelling, oogstdatum, weersomstandigheden en bewaring. Fris ruikend, stofarm hooi met voldoende lange vezels is een goed vertrekpunt, maar vertelt nog niet het hele verhaal.

Vroeg gemaaid hooi is vaak energie- en eiwitrijker en bevat meestal zachtere vezels. Dat kan goed passen bij paarden met een hogere voedingsbehoefte, maar minder goed bij paarden die snel te ruim in conditie komen. Later gemaaid hooi bevat doorgaans meer structuur en minder energie. Het geeft vaak meer kauwtijd, al kan zeer laat geoogst hooi stengelig worden en minder aantrekkelijk zijn voor sommige paarden.

Gras: waardevol, maar sterk wisselend

Vers weidegras is smakelijk ruwvoer, biedt beweging en kan veel bijdragen aan natuurlijk gedrag. Tegelijk is gras de meest veranderlijke ruwvoerbron. De voedingswaarde kan per seizoen, perceel, dag en zelfs uur verschillen. Jonge voorjaarsgroei is meestal rijker aan energie en eiwit dan stengelig zomergras. Ook weersomstandigheden, bemesting en beweiding spelen mee.

Voor paarden die makkelijk aankomen of gevoelig reageren op een rijk rantsoen is onbeperkt gras niet altijd passend. Beweidingsduur, perceelkeuze en een gecontroleerde opbouw maken dan verschil. Gras kan uitstekend onderdeel zijn van het rantsoen, maar vraagt om net zoveel sturing als hooi in het voerrek.

Voordroog: praktisch, met extra aandacht voor bewaring

Voordroogkuil bevat meer vocht dan hooi en is daardoor voor veel paarden goed eetbaar. De kwaliteit loopt echter sterk uiteen. Een te natte, te zure of onvoldoende stabiele kuil past niet automatisch bij paarden, ook niet wanneer de verpakking er netjes uitziet. Na openen moet voordroog snel en hygiënisch worden gevoerd, omdat luchttoetreding bederf versnelt.

Kies alleen balen die onbeschadigd zijn, zonder schimmelgeur, slijmerigheid of zichtbare afwijkingen. Let ook op de partijgrootte: een kleine groep paarden krijgt een grote baal vaak niet snel genoeg op. In dat geval kan hooi praktischer en veiliger zijn, of zijn kleine balen een betere oplossing.

Luzerne: een gerichte aanvulling, geen standaardbasis

Luzerne is een vlinderbloemige en onderscheidt zich van grasruwvoer door een hoger eiwit- en calciumgehalte. De stevige structuur kan waardevol zijn als aanvulling, bijvoorbeeld voor paarden die extra kwaliteit in hun rantsoen nodig hebben. Maar luzerne is niet automatisch de beste keuze voor ieder paard en zeker niet altijd geschikt als volledig ruwvoer.

Juist omdat het voedingsprofiel afwijkt, moet luzerne passen binnen het totaalplaatje. Combineer het bewust met grasruwvoer en kijk naar de volledige mineralenbalans. Voor sobere paarden of paarden die al ruim in eiwit en energie zitten, kan een grote hoeveelheid luzerne onnodig zijn.

Kruidenrijk en biodivers ruwvoer: meer dan alleen grassen

Een kruidenrijke weide of een hooi- of kuilpartij met verschillende grassen en kruiden kan een interessante basis vormen. Botanische variatie sluit aan bij het natuurlijke foerageergedrag van paarden: zij zouden van nature niet dag in dag uit exact dezelfde plant eten. Verschillende gewassen brengen ook verschillen in structuur en voedingsstoffen mee.

Biodivers betekent wel niet automatisch geschikt. De partij moet vrij zijn van giftige planten en hygiënisch worden gewonnen en opgeslagen. Een gevarieerd ruwvoer verdient dus dezelfde kritische beoordeling als iedere andere partij. De gedachte achter biodivers voeren wordt helder uitgewerkt in het boek Het Nieuwe Voeren, dat helpt om met meer begrip naar het totale rantsoen en paardenwelzijn te kijken.

Kies op het paard, niet op de naam van het ruwvoer

De vraag is niet alleen: voer ik hooi, gras of luzerne? De betere vraag is: wat heeft dit paard nodig, en wat levert deze specifieke partij? Kijk daarbij naar lichaamsconditie, leeftijd, arbeid, gebit, mest, eettempo en gedrag rond het voer. Een paard dat veel tijd zonder ruwvoer staat, kan baat hebben bij een andere voerstrategie, zelfs wanneer de totale kilo's op papier voldoende lijken.

Een ouder paard met minder kauwkracht kan bijvoorbeeld moeite hebben met zeer stengelig hooi. Dan kunnen zachter ruwvoer, passende vezelproducten of aangepast management uitkomst bieden. Een paard met een lage energiebehoefte heeft juist vaak voordeel bij vezelrijk, minder energierijk ruwvoer dat lang bezig houdt. Voor een jong paard in groei of een paard in intensieve training ligt de afweging weer anders.

Ook de voerwijze telt. Verdeel ruwvoer zoveel mogelijk over de dag en voorkom lange nuchtere perioden. Slowfeeders kunnen de opnametijd verlengen, maar kies een maasgrootte die veilig blijft en observeer of het paard ontspannen kan eten. Heeft een paard moeite met een net, pas de oplossing dan aan het paard aan en niet andersom.

Kwaliteit beoordelen: kijk, ruik en laat analyseren

Zintuigen zijn een eerste filter. Goed ruwvoer ruikt fris en natuurlijk, is vrij van zichtbare schimmel en bevat zo min mogelijk stof. Het mag niet muf, zuur of verbrand ruiken. Ook onkruiden, vreemde materialen en overmatige vervuiling horen niet in een paardenrantsoen thuis.

Toch kan een partij die er prachtig uitziet nutritioneel minder goed aansluiten. Alleen een analyse geeft betrouwbare cijfers voor de dagelijkse berekening. Zeker wanneer u meerdere paarden voert, een nieuw ruwvoerperceel aanbreekt of merkt dat conditie en prestaties veranderen, is analyseren geen luxe. Het voorkomt dat u tekorten of overschotten probeert te corrigeren zonder te weten waar ze vandaan komen.

Op basis van de uitslag kunt u het rantsoen eenvoudiger opbouwen: eerst passend ruwvoer, daarna waar nodig een gerichte balancer of aanvulling. Dat is ook de gedachte achter Het Nieuwe Voeren van Equilin: niet starten bij een pot of zak, maar bij de kwaliteit van de basis.

Een goed ruwvoerplan begint dus met aandacht voor de partij die voor u ligt én voor het paard dat ervoor staat. Neem bij een nieuwe baal of nieuw seizoen de tijd om te observeren. Die rustige, gerichte blik aan het voerrek levert vaak de meest waardevolle keuze op voor het dagelijkse welzijn van uw paard.

Zurück zum Blog

Meer weten over gezond voeren?

Meld je aan voor onze gratis 12-delige e-mailserie. Elke drie dagen krijg je praktische kennis over paardenvoeding in je inbox, van ruwvoer tot mineralen.

Afmelden kan altijd.